Bijlage 2 Regeling aanwijzing niet c.e.-stof profielen 2006 en 2007
Regeling aanwijzing niet c.e.-stof profielen 2006 en 2007
Domeinen c.q. subdomeinen waarover op het centraal examen havo in 2006 en 2007 geen vragen worden gesteld 2006 en 2007 2006 en 2007 2006 en 2007 N.b. Het subdomein E4 behoort dus wel tot de examenstof van wiskunde B 1,2 2006 en 2007 2006 en 2007 Subdomein C2, Eigentrillingen en golven (28-33) N.b. Het subdomein C1 behoort dus wel tot de examenstof van natuurkunde 1,2 De beperking in de c.e.-stof voor scheikunde is in 2006 en 2007 dezelfde als in 2004 en 2005 In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke basen: 2006 en 2007 2006 en 2007 2006 en 2007 2006 en 2007 2006 en 2007 De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
- Subdomein F3, Bundels van grafieken en 3-dimensionale grafieken (71-72)
- Subdomein G3, De binomiale verdeling (87-90)
- Subdomein E4, periodieke functies (64-73)
- Subdomein H2, periodieke functies 2 (99-103)
- Subdomein C1, Beeld en geluid waarnemen (22-27)
- Subdomein B1 toepassingen (anorganisch) (eindtermen 1 en 2)
- Subdomein C1 toepassingen van synthetische polymeren (eindtermen 14, 15, 16)
- Subdomein C3 structuren van koolstofverbindingen Van dit subdomein betreft de aanwijzing in hoofdzaak de eindtermen 41 en 43 (organische naamgeving), waarover geen vragen gesteld zullen worden. De examinering kan wel betrekking hebben op de andere eindtermen van dit subdomein, met de volgende aantekeningen:
- van eindterm 38 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan structuurformules voor verbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep: (Dus bijvoorbeeld geen diënen en diolen.)
- van eindterm 39 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan koolstofverbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep (Dus geen esters, maar wel bijvoorbeeld 2-propanol en 2-chloorpropaan, maar niet 2-methylpropaan.) N.b.: het proces van polymerisatie (eindterm 30 van subdomein C2) moet wel gekend worden.
- Subdomein D3 structuren van biochemische stoffen (eindtermen 53 t/m 56) (i.v.m. organische naamgeving)
- Subdomein E3 evenwichten (eindtermen 68, t/m 71) In verband hiermee worden ook over de eindtermen 61, 67 83, 92 en 96 geen vragen gesteld, zal wat betreft de eindtermen 89, 90 en 95 de vraagstelling geen betrekking op zwakke zuren en zwakke basen en zal bij eindterm 95 ook niet naar buffers worden gevraagd. Tenslotte wordt aan eindterm 99 toegevoegd: gebruikmakend van de betrekking pH + pOH = 14,00 (bij 298 K). N.B. In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke zuren: In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplos-singen van sterke en zwakke basen:
- een oplossing van salpeterzuur weergeven als H+ + NO3-
- een oplossing van azijnzuur weergeven als H+ + CH3COO-
- een oplossing van koolzuur weergeven als (2) H+ + CO32
- een oplossing van natriumhydroxide weergeven als Na+ + OH-
- een oplossing van natriumacetaat weergeven als Na+ + CH3COO-
- een oplossing van ammoniak (ammonia) weergeven als NH3
- een oplossing van natriumcarbonaat weergeven als (2) Na+ + CO32-
- Subdomein G1 toepassingen (eindtermen 85 en 86)
- Subdomein H1 toepassingen (100 t/m 105)
- Subdomein B1 toepassingen (anorganisch) (eindtermen 1 en 2)
- Subdomein C1 toepassingen van synthetische polymeren (eindtermen 14, 15, 16)
- Subdomein C3 structuren van koolstofverbindingen Van dit subdomein betreft de aanwijzing in hoofdzaak de eindtermen 41 en 43 (organische naamgeving), waar-over geen vragen gesteld zullen worden. De examine-ring kan wel betrekking hebben op de andere eindter-men van dit subdomein, met de volgende aantekenin-gen:
- van eindterm 38 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan structuurformules voor verbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep: (Dus bijvoorbeeld geen diënen en diolen.)
- van eindterm 39 wordt bij de examinering niet verder gegaan dan koolstofverbindingen met een onvertakte keten en hoogstens één karakteristieke groep (Dus geen esters, maar wel bijvoorbeeld 2-propanol en 2-chl-oorpropaan, maar niet 2-methylpropaan.) N.b.: het proces van polymerisatie (eindterm 30 van subdomein C2) moet wel gekend worden.
- Subdomein D3 structuren van biochemische stoffen (eindtermen 53 t/m 56) (i.v.m. organische naamgeving)
- Subdomein E3 evenwichten (eindtermen 68, t/m 71) In verband hiermee worden ook over de eindtermen 61, 67 83, 92 en 96 geen vragen gesteld, zal wat betreft de eindtermen 89, 90 en 95 de vraagstelling geen betrek-king op zwakke zuren en zwakke basen en zal bij eind-term 95 ook niet naar buffers worden gevraagd. Tenslotte wordt aan eindterm 99 toegevoegd: gebruik-makend van de betrekking pH + pOH = 14,00 (bij 298 K). N.B. In reactievergelijkingen geen verschil maken tussen oplossingen van sterke en zwakke zuren:
- een oplossing van salpeterzuur weergeven als H+ + NO3-
- een oplossing van azijnzuur weergeven als H+ + CH3COO-
- een oplossing van koolzuur weergeven als (2) H+ + CO32-
- een oplossing van natriumhydroxide weergeven als Na+ + OH-
- een oplossing van natriumacetaat weergeven als Na+ + CH3COO-
- een oplossing van ammoniak (ammonia) weergeven als NH3
- een oplossing van natriumcarbonaat weergeven als (2) Na+ + CO32
- Subdomein G1 toepassingen (eindtermen 85 en 86)
- Subdomein H1 toepassingen (100 t/m 105)
- subdomein B3 Cellen van planten en dieren (eindtermen 15 t/m 20)
- subdomein C3 Deling groei en ontwikkeling van cellen (eindtermen 49 t/m 56)
- subdomein E5 Regeling van lichaamsfuncties bij de mens (eindtermen 140 t/m 157)
- Domein D, Nederlandse betalingsbalans (14-17, voor zo ver behorend tot het programma van economie1)
- Domein F, Bankwezen (24-26, voor zover behorend tot het programma van economie 1)
- Domein P, Sociale zekerheid (83-89)
- Domein F, Bankwezen (24-26)
- omein O, Onderontwikkeling (75-82)
- Subdomein D3, veranderingen in het natuurlijk milieu op langere termijn (eindterm 17)
- Subdomein B1, Interne organisatie (2-5)
- Subdomein C1, Rechtsvormen (8)
- Subdomein D1, Marketing van niet-commerciële organi-saties (16-18)
- Subdomein E1, Financieel beleid in niet-commerciële organisaties (24-26)
- Subdomein G1, Verslaggeving door niet-commerciële organisaties (43-44)