Art. 3 Vaststellingsregeling subsidieplafonds verkeerslawaai 2004

Vaststellingsregeling subsidieplafonds verkeerslawaai 2004

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer kan van het in artikel 2, tweede lid, onder a en b, bepaalde afwijken, indien:

a. het gevolg van die afwijking is dat projecten vanuit het oogpunt van doelmatigheid en kostenbeheersing gezamenlijk uitgevoerd worden met andere werken aan de weg;

b. dit, gelet op het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder, zal leiden tot onbillijkheid van overwegende aard.