Art. 14 Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004
Klachtenregeling ongewenste omgangvormen Financiën 2004
1. Klagers, vertrouwenspersonen en leden van de commissie mogen niet wegens het indienen van hun klacht of uit hoofde van hun functie als vertrouwenspersoon of als lid van de commissie benadeeld worden in de positie in de dienst.
2. Voor beëindiging van het dienstverband van de vertrouwenspersoon of van een lid van de commissie is de goedkeuring van de in artikel 5, derde lid, genoemde functionaris vereist.