Bijlage 5 Regeling uitkeringen kinderopvang 2004: als bedoeld in artikel 8, zevende lid

Regeling uitkeringen kinderopvang 2004

Het doel van de Regeling uitkeringen kinderopvang 2004 is gemeenten een financiële bijdrage te verlenen voor het behoud van zoveel mogelijk opvangplaatsen gedurende 2004. Aan een opvangplaats in de Regeling uitkeringen kinderopvang 2004 worden de volgende voorwaarden gesteld: • In een overeenkomst of subsidiebeschikking vastgelegd (cf. artikel 2). De voorwaarden waaraan de overeenkomst of subsidiebeschikking moet voldoen, zijn in artikel 3 opgenomen. • Geheel door de gemeente gesubsidieerd of gefinancierd of gedeeltelijk door de gemeente gesubsidieerd of gefinancierd én gedeeltelijk door een ouderbijdrage, die inkomensafhankelijk is (cf. artikel 2 en artikel 3 onderdeel c). • Niet zijnde een KOA-opvangplaats (cf. artikel 1, lid 2). Eventuele uitbreidingen van opvangplaatsen worden niet vergoed. Blijkt na afloop van de regeling dat het totale aantal opvangplaatsen in een gemeente is afgenomen ten opzichte van de bij de aanvraag opgegeven aantal, dan wordt de afname teruggevorderd. Ingevolge artikel 8, vierde en vijfde lid, van de Regeling uitkeringen kinderopvang 2004 draagt Burgemeester en Wethouders zorg voor de tijdige inzending van het verantwoordingsformulier en de daarop betrekking hebbende accountantsverklaring. Deze verklaring wordt afgegeven op basis van een onderzoek dat met inachtneming van het terzake vastgestelde controle- en rapportageprotocol is uitgevoerd (artikel 8, lid 7). Het aantal opvangplaatsen in 2004, welke in een overeenkomst of subsidiebeschikking tussen gemeente en kindercentra vastgelegd zijn, bepalen in belangrijke mate de definitieve vaststelling van de uitkering. De uitkering kan niet hoger worden vastgesteld dan het verstrekte voorschot. De gemeente geeft de aantallen opvangplaatsen over 2004 op het verantwoordingsformulier aan. De gemeente dient hierbij zorg te dragen dat er alleen rechtmatige opvangplaatsen worden opgenomen op het verantwoordingsformulier (artikel 8, lid 2). Indien de verleningsbeschikking betrekking heeft op een ver