Bijlage 2 Vaststellingsbesluit subsidieplafond en beleidsvoornemens subsidiëring op grond van Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken: beleidsvoornemen inzake het beurzenprogramma voor opleidingen met een academische graad, van één tot enkele jaren (NFP-AP) en het beurzenprogramma voor korte opleidingen en (tailor-made) trainingen, van maximaal 1 jaar (NFP-TP)
De Nederlandse regering acht het belangrijk dat er beurzenprogramma's bestaan die mensen uit ontwikkelingslanden in staat stellen deel te nemen aan academische graadverlenende (Masters, PhD) opleidingen van een tot enkele jaren, en aan diplomacursussen en tailor-made groepstrainingen, van maximaal 1 jaar, die geheel of gedeeltelijk door Nederlandse organisaties worden verzorgd. Deze programma's voorzien hierin. De programma's concentreren zich op het tegemoetkomen aan behoeftes aan bijscholing op de korte termijn, gericht op capaciteitsopbouw in een breed spectrum van overheids-, privé- en niet-gouvernementele organisaties (onderwijsinstellingen, planningsinstituten, ministeries, basisorganisaties, bedrijven et cetera). De doelgroep bestaat uit personen die reeds afgestudeerd en werkzaam zijn. Zij dienen door hun werkgever te worden voorgedragen voor deelname aan een van de opleidingen. De programma's zijn breed inzetbaar en niet beperkt tot de bilaterale OS-samenwerkingsterreinen. De programma's bieden ook mogelijkheden voor financiering van zogenaamde refresher courses ter opfrissing van ‘verouderde’ kennis die alumni bij eerdere door Nederlandse organisaties aangeboden opleidingen hebben opgedaan. Refresher courses vergroten de impact en de duurzaamheid van de eerder gevolgde opleiding. Het programma staat open voor 56 landen. Het betreft de 19 structurele samenwerkingslanden, de +3 landen voor samenwerking met beperktere tijdshorizon, alle themalanden, alsmede Iran en Suriname (zie de annex). Ter vergroting van de impact van de beurzen op capaciteitsopbouw wordt de beursverlening gekoppeld aan de institutionele ontwikkeling van organisaties in ontwikkelingslanden. Beurzen zullen weliswaar op individuele basis worden verstrekt maar de individuele opleidingsbehoefte van kandidaten dient ingebed te zijn binnen de institutionele ontwikkeling van de lokale organisaties waarvoor zij werkzaam zijn. Dat kunnen opleidingsinstituten zijn, maar ook overheidsdiensten, midde
- 1. Afghanistan
- 2. Albanië
- 3. Armenië
- 4. Bangladesh
- 5. Benin
- 6. Bhutan
- 7. Bolivia
- 8. Bosnië-Herzegowina
- 9. Brazilië
- 10. Burkina Faso
- 11. Cambodja
- 12. China
- 13. Colombia
- 14. Costa Rica
- 15. Cuba
- 16 Ecuador
- 17. Egypte
- 18. El Salvador
- 19. Eritrea
- 20. Ethiopië
- 21. Filippijnen
- 22. Georgië
- 23. Ghana
- 24. Guatemala
- 25. Guinee Bissau
- 26. Honduras
- 27. India
- 28. Indonesië
- 29. Iran
- 30. Ivoorkust
- 31. Jemen
- 32. Jordanië
- 33. Kaapverdië
- 34. Kenia
- 35. Macedonië
- 36. Mali
- 37. Moldavië
- 38. Mongolië
- 39. Mozambique
- 40. Namibië
- 41. Nepal
- 42. Nicaragua
- 43. Nigeria
- 44. Oeganda
- 45. Pakistan
- 46. Palestijnse autoriteit
- 47. Peru
- 48. Rwanda
- 49. Senegal
- 50. Sri Lanka
- 51. Suriname
- 52. Tanzania
- 53. Thailand
- 54. Vietnam
- 55. Zambia
- 56. Zimbabwe
- 57. Zuid-Afrika