Bijlage IV Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven pluimveevleessector 2003: protocol voor het nemen van swabmonsters in stallen waar bij het koppel een Salmonella paratyphi B var. Java is geconstateerd
Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven pluimveevleessector 2003
Het doel van de monstername is Salmonella paratyphi B var. Java te vinden, het is derhalve van belang om gericht te zoeken naar zichtbaar vuile oppervlakken. Deze worden bemonsterd, aangezien het niet zinvol is om schone oppervlakken te swabben. Soms is het zinvol om meer swabs te nemen van andere dan de hier genoemde plaatsen; hierbij geldt steeds weer dat er gericht gezocht dient te worden. Dergelijke plaatsen kunnen in de directe omgeving van de stallen liggen, bijvoorbeeld de voerdistributiel weegplaats. Het is uiteraard van belang om een visuele beoordeling van de stallen en inventaris uit te voeren. Hierbij moet ook de aanwezigheid van ongedierte, zoals kevers en larven worden meegenomen. Bij het nemen van swabmonsters in de stallen die met Salmonella paratyphi B var. Java besmet waren, dienen tenminste 50 swabs genomen te worden bijvoorbeeld op de volgende plaatsen (dit laatste is enigszins afhankelijk van de betreffende praktijksituatie). 1. De vloeren, in het bijzonder de scheuren en de aansluitnaden met de wanden: 25 stuks; 2. Voerlijnen: voerpannen en de binnenzijde van de vijzelbuizen: 10 stuks; 3. Voerhoppers en de valpijpen aan de binnenzijde: 2 stuks; 4. Ventilatoren plus de behuizing ervan: 5 stuks; 5. De vloer van het voerhok: 1 stuks; 6. Kachels aan binnen en buitenzijde: 2 stuks; 7. Inlaatopeningen van luchtinlaatkleppen (met name buitenzijde): 5 stuks. Voorts monstername van losliggend vuil en schraapsel van risicoplaatsen, zoals de binnenzijde van de voervijzel, bedrijfsschoeisel en kieren van afvoerputten. Het te nemen aantal swabs is afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen materiaal. Voor de analyse mogen 25 swabs worden gepoold.