Bijlage III Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003: : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij
Hygiënebesluit kuikenbroederijen legsector 2003
Dit werkvoorschrift beschrijft de donsmonstername, meconiummonstername en monstername bij liggenblijvers in kuikenbroederijen, voor de verplichte monitoring, zoals voorgeschreven in het 'Hygiënebesluit Kuikenbroederijen legsector 2003' en anderzijds voor monitoring van vermeerderingskoppels door middel van donsonderzoek, meconiumondertoek of onderzoek bij liggenblijvers uit de broederij. De monsters worden genomen door een medewerker van de broederij. In het kader van de S.e./S.t.-bestrijding worden vermeerderingskoppels regelmatig door de GD gescreend op de aanwezigheid van S.e. of S.t. antistoffen in het bloed. Deze screening vindt plaats op het vermeerderingsbedrijf. Vanaf ca. 22 weken kan de serologische monitoring onder bepaalde voorwaarden (zie 'Hygiënebesluit vermeerderingsbedrijven legsector 2003') op het vermeerderingsbedrijf worden vervangen door bemonstering van uitkomstmateriaai (dons, meconium of liggenblijvers) op de broederij. Daarnaast dienen kuikenbroederijen altijd donsmonsters, meconiumrnonsters of monsters van liggenblijvers te nemen. De frequentie van de monstername wordt weergegeven in de tabel: type kuikenbroederij frequentie broederijen voor de productie van eendagskuikens van moederdieren vleesrassen of legrassen iedere uitkomstkast en iedere uitkomst broederijen voor de productie van eendagskuikens voor de productie van consumptie-eieren iedere vermeerderaar minimaal eenmaal in de twee weken wanneer donsonderzoek, meconiumonderzoek dan wel onderzoek op liggenblijvers op de broederij, bloedonderzoek van de vermeerderaars vervangt iedere uitkomstkast en iedere uitkomst Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terza
- steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten
- etiketten
- inzendformulier
- Per uitkomstkast worden tenminste vijf donsmonsters genomen.
- Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven - en onderkant van de koelbuizen.
- De monsters (intotaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.
- Donsmonsters die (mede) bestemd zijn voor monitoring van reproductiekoppels moeten te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst.
- De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.
- Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen. Iedere monsterpot of -zak dient direct te worden voorzien van een etiket met de volgende gegevens:
- datum van monsterneming
- gegevens broederij (naam en/of KIP nummer)
- kastnummer
- De broederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:
- wie verantwoordelijk is voor de monstername
- hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd
- hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van
- herkomst.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:
- naam en/of KIP nummer herkornstbedrijf
- bij monitoring koppelnummer(s)/stalnummer(s).
- Een afschrift van het formulier moet op de broederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- De broederij dient een registratie bij te houden per broederij, per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dienen minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringconderzoeken en systeemcontrole).
- De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.
- Wanneer S.e. en/of S.t . wordt geconstateerd, moet: dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst t.b.v. bevestigingsonderzoek.
- steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten.
- etiketten.
- steriele plastic handschoenen.
- inzendformulier.
- Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.
- Monstername dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- De monsters kunnen in één plastic pot ofzak worden verzameld.
- Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
- De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.
- Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:
- monsterdatum
- registratie-nummer van de broederij
- uitkomstkastnummer(s)
- De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:
- wie verantwoordelijk is voor de monstername
- hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd
- hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de rnonsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer en naam pluimveehouder).
- Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en perstal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).
- De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t. Wanneer S.e. en/of S.t. wordt geconstateerd, moet dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst met betrekking tot bevestigingsonderzoek.
- Het mengmonster meconium wordt op het lab goed gehomogeniseerd en vervolgens in een verhouding van 1:10 verdund met BPW en geanalyseerd als is voorgeschreven voor mestmonsters in de branchemethode
- Steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten
- Etiketten
- Steriele plastic handschoenen Inzendformulier
- Van één leverantie broedeieren dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.
- Monstername dient te geschieden zonder de dode kuikens met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
- Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
- De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.
- Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:
- monsterdatum
- registratie-nummer van de broederij
- uitkomstkastnummer (s)
- De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:
- wie verantwoordelijk is voor de monstername
- hoe de monstername wordt uitgevoerd
- hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) vanherkomst.
- Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummer en naam pluimveehouder).
- Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden
- De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).
- De monsters worden door het door de voorzitter van het Productschap erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella. Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.
- Wanneer S.e. en/of S.t. wordt geconstateerd, moet dit direct worden gemeld aan de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren, met vermelding van het/de (vermoedelijke) bedrijf/bedrijven van herkomst met betrekking tot bevestigingsonderzoek.