Art. 5 Regeling pilot AOE-hond, Keuring en certificering

Regeling pilot AOE-hond

1. De keuring van de combinatie van geleider en AOE-hond geschiedt door de rijksgecommitteerden op basis van het voorlopig keuringsreglement.

2. Aan de keuring kunnen slechts deelnemen ambtenaren van politie die sedert tenminste twee jaar behoren tot een aanhoudings- en ondersteuningseenheid en door de korpsbeheerder zijn aangewezen als geleider.

3. Aan een AOE-hond worden tenminste de volgende, in het voorlopig keuringsreglement nader omschreven, eisen gesteld:

a. volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider;

b. kunnen participeren in procedures temidden van de leden van de aanhoudings- en ondersteuningseenheid;

c. onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand niet hoorbaar zijn;

d. vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn;

e. het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen.

4. De AOE-hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.