Bijlage 3 Vaststellingsbesluit subsidieprogramma’s Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer: als bedoeld in artikel 2, onderdeel c
Vaststellingsbesluit subsidieprogramma’s Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer
§ 1. Inleiding Het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer is een uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie Verkeer en Vervoer (Stcrt. 2001, nr. 213), hierna te noemen subsidieregeling. Dit programma is een herziene versie van het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer van 7 september 2001 (Stcrt. 2001, nr. 213). Doel van het Programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer (RO&V 2003–2004) is het stimuleren van de toepassing en het gebruik van integrale ontwerpmethoden voor de afwikkeling van mobiliteit bij de (her)inrichting van woon- en werklocaties, met het oog op CO2-reductie. Het gebruik van integrale ontwerpmethoden wordt gestimuleerd door middel van kennisoverdracht aan gemeentelijke en provinciale ambtenaren en bestuurders. Het gebruik van integrale ontwerpmethoden houdt in dat intensieve samenwerking tussen stedenbouwkundigen/ RO ambtenaren en verkeerskundigen in een vroegtijdig stadium van het planproces voorop staat. Op deze wijze wordt een ruimtelijk ontwerp gerealiseerd met aandacht voor mobiliteit én kwaliteit van de leefomgeving, waarbij bewoners en werkenden op een vanzelfsprekende manier voor die wijze van verplaatsen kiezen die voor hen en voor de omgeving het meest geschikt is. Aldus wordt een bijdrage geleverd aan de rijksdoelstellingen zoals een beperking van het energiegebruik en de emissies van CO2 en NOx in het verkeer en vervoer. Tegelijkertijd wordt tegemoet gekomen aan lokale en regionale doelstellingen, zoals een verhoging van de verkeersveiligheid, het tegengaan van geluidhinder door het verkeer, en vergroting van de stedelijke diversiteit en de ruimtelijk-functionele kwaliteit. Voorbeelden van integrale ontwerpmethoden zijn VervoersPrestatie op Locatie, LAngzaam Rijden GAat Sneller en VervoersPrestatie Regionaal (hierna respectievelijk VPL, Largas en VPR genoemd). Kenmerkend voor deze methoden is dat steeds vanuit het laagste schaalniveau wordt geredeneerd. Het gemak van de gebruiker
- – de extra tijdsbesteding van gemeentelijke en provinciale ambtenaren en -bestuurders die benodigd is voor het doorlopen van het plan- en ontwerpproces volgens de methodieken VPL, Largas, VPR of een andere integrale aanpak, ten opzichte van het volgen van een regulier planproces (zie artikel 5, derde lid, onderdeel a, van de subsidieregeling);
- – advieswerkzaamheden ten behoeve van de integrale ontwerpstudie door externe deskundigen op stedenbouwkundig/RO, verkeerskundig of infrastructureel terrein (zie artikel 5, derde lid, onderdeel d, van de subsidieregeling);
- – werkzaamheden met betrekking tot het aanpassen of bouwen van een (uni- of multimodaal) verkeersmodel, indien het gebruik van een dergelijk model voorwaarde is om de effecten van mogelijke ontwerpvarianten, of varianten behorend bij een ander gebruikt model, aan te kunnen tonen (zie artikel 5, derde lid, onderdeel a, van de subsidieregeling).
- – het verloop van het plan- en ontwerpproces;
- – de inhoud en effecten voor wat betreft de CO2-reductie, uitgedrukt in ton/jaar van de te onderscheiden planvarianten, waaronder de referentiesituatie;
- – de te implementeren beleidslijn, volgend uit de geselecteerde planvariant, zoals vastgesteld door het bestuursorgaan;
- – de ervaringen van de organisatie met de ontwerpmethodiek.
- • De website www.ROenV.novem.nl;
- • Een digitale samenvatting van het VPL handboek;
- • Voorbeeldenboek Largas;
- • Conceptbeschrijving Largas;
- • VPR basisboek en werkboek;
- • ‘Slimme inrichting voor woonwijken’, projectbeschrijvingen van RO&V projecten 2001/2002.