Bijlage 1 Vaststellingsbesluit subsidieprogramma’s Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer: als bedoeld in artikel 2, onderdeel a
Vaststellingsbesluit subsidieprogramma’s Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer
§ 1. Inleiding Het Subsidieprogramma CO2-reductie goederenvervoer, hierna genoemd het programma, is een CO2-programma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie verkeer en vervoer (Staatscourant 2 november 2001, nr. 213), hierna genoemd de subsidieregeling. Doel van het programma is invulling geven aan de subsidiemogelijkheden voor CO2-reductieprojecten, die voldoen aan de doelstellingen van de subsidieregeling. Naast de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in het programma zijn de voorwaarden en criteria zoals neergelegd in de subsidieregeling onverkort van toepassing. Het programma heeft een looptijd van 4 jaar (van 2002 tot en met 2005). Het onderhavige programma is een herziene versie als gevolg van de eerste tender (zie besluit van 8 mei 2002, nr. HDJZ/ABR/2002-723). § 2. Subsidiabele activiteiten a. Dit programma staat open voor investeringsprojecten, toepassingsprojecten en kennisoverdrachtprojecten als bedoeld in artikel 1 van de subsidieregeling. b. Ten aanzien van investeringsprojecten en toepassingsprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen in de goederenvervoersectoren weg, spoor, binnen- en kustvaart, die investeringen plegen met betrekking tot, of daarmee verband houdend, alle op enig moment in Nederland opererende voertuigen of op enig moment in Nederlandse havens opererende vaartuigen, in aanmerking. Onder kustvaart wordt hier verstaan: de verplaatsing over zee van lading of passagiers tussen in het geografische Europa gelegen havens of tussen die havens en havens in niet-Europese landen waarvan de kustlijn langs de aan Europa grenzende binnenzeeën loopt. c. Ten aanzien van kennisoverdrachtprojecten komen alle in Nederland gevestigde ondernemingen en andere organisaties in aanmerking. De kennisoverdrachtprojecten moeten zijn gericht op de goederenvervoersectoren. § 3. Verhoging subsidiepercentage De in de subsidieregeling vermelde percentages in artikel 4, eerste lid, onder a en b, worden met maxima
- – het project levert een CO2 -reductie van ten minste 75 ton per jaar gemiddeld over de technische levensduur van de voorziening.
- – het project levert een CO2-reductie van ten minste 75 ton per jaar gemiddeld over een exploitatieperiode van 10 jaar vanaf de start van het project;
- – de subsidie-effectiviteit heeft een waarde van niet meer dan € 45,– per ton CO2.
- – de subsidiebijdrage bedraagt ten minste € 20.000,–.
- – het project moet vastgesteld kunnen worden vóór 31 december 2008;
- – de aanvrager is naar verwachting in staat om te voldoen aan de verplichting, bedoeld in paragraaf 8, van dit programma;
- – het resultaat van het project mag niet significant in strijd zijn met andere doelstellingen van het huidige beleid op het gebied van goederenvervoer en milieu;
- – het project mag niet leiden tot een significant verhoogde emissie van NOx, CO, VOS of SOx noch tot een significant hoger geluidsniveau.
- – de subsidie-effectiviteit, waarbij een project hoger wordt gewaardeerd naarmate de subsidie effectiever is;
- – de kwaliteit van een project, waarbij een project hoger wordt gewaardeerd naarmate:
- • de omvang van de CO2- reductie van het project groter is,
- • de innovativiteit groter is,
- • het herhalingspotentieel groter is,
- • de haalbaarheid groter is gelet op de technische, organisatorische en financiële slaagkans.
- – de mate waarin een effect op de CO2-emissiereductie van het project kan worden verwacht;
- – de mate waarin de projectresultaten elders in de markt kunnen worden toegepast of door hun voorbeeldwerking kunnen bijdragen aan kennisverspreiding in de markt;
- – de slaagkans van het project, dat wil zeggen de mate waarin de aanvrager in staat wordt geacht het projectvoorstel zowel technisch, organisatorisch als financieel uit te voeren.
- – bij de berekening van de beperking van de CO2-emissie geldt als referentie de gangbare praktijk in de branche;
- – bij de berekening van de subsidie-effectiviteit wordt voor investeringsprojecten de annuïteitfactor gebaseerd op een disconto van 6% en is de technische levensduur van een voorziening ten hoogste 25 jaar;
- – bij de berekening van de subsidie-effectiviteit wordt voor toepassingsprojecten de CO2-reductie berekend over een exploitatieperiode van 10 jaar, gerekend vanaf de start van het toepassingsproject;
- – het subsidiabele deel van de projectkosten kan maximaal bestaan uit de additionele kosten zoals genoemd in artikel 4 en 5 van de subsidieregeling. De berekening van het subsidiabele deel van de projectkosten vindt plaats volgens de berekeningswijze die is opgenomen in de aanvraagformulieren behorend bij dit programma.