Art. 1 Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004, Begripsbepalingen
Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004
In deze verordening wordt verstaan onder:
1.
productschap
:
Productschap Vee en Vlees;
2.
voorzitter
:
de voorzitter van het productschap;
3.
bestuur
:
het bestuur van het productschap;
4.
eigenaar
:
de natuurlijke of rechtspersoon die de paardachtigen in eigendom heeft dan wel beroepsmatig de beschikkingsmacht uitoefent over de paardachtigen;
5.
paardachtigen
:
als huisdier gehouden of in het wild levende paarden, met inbegrip van zebra’s, en ezels of kruisingen daarvan;
6.
geregistreerde paardachtigen
:
paardachtigen die zijn ingeschreven in een stamboek of register dat wordt bijgehouden door een erkende instelling;
7.
slachtpaarden
:
paardachtigen die zijn bestemd om hetzij rechtstreeks, hetzij na via een markt of een erkend verzamelcentrum te zijn doorgevoerd, naar een slachthuis te worden gebracht om daar te worden geslacht;
8.
erkende instelling
:
een krachtens het Fokkerijbesluit erkende organisatie die één of meer stamboeken of registers van paardachtigen bijhoudt;
9.
hippische sportorganisatie
:
een organisatie die de paardensport professioneel bevordert;
10.
levensnummer/UELN nummer
:
het door de voorzitter aan de paardachtigen toegewezen unieke 15-cijferige nummer als bedoeld in artikel 5, tweede lid;
11.
gekwalificeerde dierenarts
:
een in het register I&R paarden van de Stichting Veterinair Kwaliteitsorgaan ingeschreven dierenarts;
12.
officiële dierenarts
:
dierenarts in dienst van de Voedsel en Waren Autoriteit;
13.
dierenarts
:
degene die krachtens de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde (stb. 1990, 214) is toegelaten tot de uitoefening van de diergeneeskunde;
14.
paardenpaspoortconsulent
:
door de voorzitter aangewezen persoon die is gekwalificeerd tot het schetsen van paardachtigen en tot het implanteren van transponders;
15.
transponder
:
elektronisch implantaat ter identificatie van de paardachtigen dat voldoet aan het door de voorzitter bij besluit vastgestelde programma van eisen;
16.
paspoort
:
het identificatiedocument als bedoeld in Beschikking 93/623 EEG en Beschikking 2000/68/EG;
17.
invoer
:
het in Nederland in het vrije verkeer van de Gemeenschap brengen van één of meer paardachtigen uit derde landen;
18.
dierentuin
:
een inrichting met een permanent karakter, waar levende dieren van wilde diersoorten worden gehouden om gedurende tenminste zeven dagen per jaar te worden tentoongesteld aan het publiek;
19.
natuurterrein
:
grond met een houtopstand, of heideveld, ven, hoogveenterrein, zandverstuiving, duinterein, kwelder, schor, gors, slik, riet- en ruigtland, griend en laagveenmoeras, voor zover het geen landbouwgrond is.