Art. 34 Kaderwet diervoeders, Overige bepalingen
1. Het is degene die bedrijfsmatig dieren houdt verboden om door Onze Minister aangewezen substanties voorhanden of in voorraad te hebben, te vervoederen of anderszins oraal toe te dienen.
2. Ingevolge het eerste lid kunnen slechts worden aangewezen, substanties die:
a. als grondstof voor toevoegingsmiddelen, vervangende voederproteïnen, voormengsels of diervoeders kunnen dienen, of
b. in een communautaire maatregel zijn aangewezen.