Art. 3 Besluit integere bedrijfsvoering kredietinstellingen en verzekeraars, – Integere bedrijfsvoering WTK 1992, WTN en WTV 1993
Besluit integere bedrijfsvoering kredietinstellingen en verzekeraars
1. Een financiële onderneming voert een adequaat beleid dat ertoe strekt dat:
a. betrokkenheid van de financiële onderneming bij strafbare feiten die het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten in het algemeen schaden, wordt voorkomen;
b. betrokkenheid van de financiële onderneming bij handelingen die anderszins in het maatschappelijk verkeer zodanig onaanvaardbaar zijn dat deze het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten in het algemeen schaden, wordt voorkomen;
c. niet wegens haar cliënten het vertrouwen in de financiële onderneming of in de financiële markten in het algemeen, wordt geschaad.
2. De financiële onderneming draagt er zorg voor dat het in het eerste lid bedoelde beleid zijn neerslag vindt in organisatorische en administratieve procedures en maatregelen.
3. De toezichthoudende autoriteit stelt regels vast met betrekking tot de voorwaarden waaraan het beleid en de procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, ten minste moeten voldoen.