Bijlage 2 Besluit WWB: behorende bij artikel 8 van het Besluit WWB
Bij de berekening van de uitkeringsbedragen voor personen jonger dan 65 jaar voor gemeenten met meer dan 30.000 inwoners (artikelen 6 en 7) wordt gebruik gemaakt van objectief vastgestelde gemeentelijke uitkeringskosten. Deze objectieve gemeentelijke uitkeringskosten worden, op grond van artikel 8, eerste lid, vastgesteld aan de hand van een zogenoemd objectief verdeelmodel. Dit objectief verdeelmodel is opgenomen in deze bijlage. De objectieve uitkeringskosten van gemeenten met meer dan 30.000 inwoners worden vastgesteld met behulp van veertien verdeelmaatstaven met bijbehorende bedragen. Bij de compartimentering wordt voor de gemeenten met minder dan 60.000 inwoners (tevens) gebruikgemaakt van een model met elf verdeelmaatstaven met bijbehorende gewichten. Onderdeel A van deze bijlage geeft informatie over de verdeelmaatstaven: Onderdeel B geeft aan hoe het beleidsmatig indammen van herverdeeleffecten plaatsvindt. In onderdeel C worden de gewichten per verdeelmaatstaf vermeld. Onderdeel D beschrijft de correctiefactor C als opgenomen in artikel 6 van dit besluit. Het bedrag aan objectief vastgestelde uitkeringskosten van een gemeente ten behoeve van personen jonger dan 65 jaar wordt verkregen door eerst de kosten per huishouden van de gemeentelijke bevolking (waarvan de referentiepersoon2Hiermee wordt aangesloten bij de definitie van het CBS. een leeftijd heeft van 15 tot en met 64 jaar) te bepalen en daarna deze kosten te vermenigvuldigen met het aantal huishoudens van de gemeente van 15 tot en met 64 jaar. De kosten per huishouden worden berekend door het aantal eenheden per verdeelmaatstaf voor die gemeente te vermenigvuldigen met het gewicht per eenheid. Als bijvoorbeeld de bevolking van gemeente X van 15 tot en met 64 jaar voor 28,2 procent bestaat uit huishoudens met een laag inkomen, dan wordt dit getal (28,2: het aantal van de eenheid) vermenigvuldigd met het in de tabel van onderdeel B bij deze verdeelmaatstaf genoemde gewicht van 18,894 euro’s. Zo wordt
- • een beschrijving van de verdeelmaatstaven;
- • de bron die per gemeente het aantal eenheden per verdeelmaatstaf levert (onder eenheid wordt de meeteenheid verstaan waarin de verdeelmaatstaf wordt uitgedrukt, zoals percentage, aandeel, e.d.);1 In de tabel die in onderdeel B is opgenomen staan de eenheden tussen haakjes vermeld.
- • het peiljaar waarop dit aantal betrekking heeft.
- • Voor gemeenten met een herverdeeleffect groter dan 10% is de grenswaarde 7,5%.
- • Voor gemeenten met een herverdeeleffect tussen 5% en 10% is de grenswaarde gelijk aan 5% plus de helft van het verschil tussen het herverdeeleffect en 5%.
- • Voor gemeenten met een herverdeeleffect kleiner dan 5% is de grenswaarde 5%.