Bijlage 1 Besluit WWB: behorende bij artikel 2 van het Besluit WWB
Het verdeelmodel voor de budgetten die gemeenten krijgen uitgekeerd voor reïntegratieactiviteiten op grond van de Wet Werk en bijstand (het W-deel) bestaat uit een aantal stappen. De meest belangrijke stap wordt gevormd door het model waarmee voor gemeenten het gewicht Kw (zie artikel 2) wordt bepaald op basis waarvan het beschikbare macrobudget naar rato over de gemeenten wordt verdeeld. De gewichten worden bepaald op basis van vier verdeelmaatstaven die elk een eigen parameter hebben. Verdeelmaatstaven en parameters zijn zodanig bepaald dat zij in grote mate aansluiten bij de behoefte aan reïntegratiemiddelen. Het schema geeft de verdeelmaatstaven weer en de bron waaraan deze ontleend worden. Verdeelmaatstaf Peiljaar Bron 1. Aantal bijstandsontvangers 2003 SZW 2. Aantal WW-ontvangers 2003 SZW 3. Omvang beroepsbevolking 2001–2003 CBS 4. Kwalitatieve discrepantie laaggeschoolde arbeid 2001–2003 CBS Definitie verdeelmaatstaven: Aantal bijstandsontvangers: aantal personen dat in het peiljaar op enig moment een uitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) ontvangt en jonger is dan 65 jaar. Eén persoon telt hooguit één keer mee. Personen die in de loop van het meetjaar een tussentijdse onderbreking van de WWB-uitkering hebben zijn dus één persoon. Personen die in de loop van het meetjaar verhuizen van gemeente A naar gemeente B en in beide gemeenten een uitkering hebben ontvangen, tellen voor beide gemeenten mee naar rato van het aantal ingeschreven maanden van de persoon volgens de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Personen die niet ingeschreven zijn in de GBA van een Nederlandse gemeente tellen niet mee. Aantal WW-ontvangers: het aantal personen dat in het peiljaar op enig moment een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontvangt. Ook nu weer geldt: een persoon telt hooguit één keer mee. Personen die in de loop van het meetjaar zowel een WW-uitkering als een WWB-uitkering hebben ontvangen, worden gerekend tot de groep bijstandsontvangers, en z
- 1. bepaal entiteiten (gemeenten en samenwerkingsverbanden) met minder dan 30.000 inwoners;
- 2. bereken de gewichten conform het model voor deze entiteiten:
- a. Voor COROP-gebieden met meer dan 1 entiteit met minder dan 30.000 inwoners wordt het gewicht van alle entiteiten met minder dan 30.000 inwoners gezamenlijk bepaald, en wordt dit gewicht vervolgens verdeeld over de betrokken entiteiten naar rato van het aantal bijstandsontvangers.
- b. Voor COROP-gebieden met maar één entiteit met minder dan 30.000 inwoners1Dat zijn op dit moment de volgende gemeenten: Midden-Delfland, Wormerland, Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Olst-Wijhe, Uitgeest en Wassenaar. wordt het gewicht van alle entiteiten uit het COROP-gebied gezamenlijk bepaald, en wordt het gewicht van die ene entiteit met minder dan 30.000 inwoners bepaald naar rato van het aantal bijstandsontvangers van deze entiteit ten opzichte van het COROP-gebied. Het gewicht van de entiteiten met meer dan 30.000 inwoners wordt naar rato gecorrigeerd voor het verschil tussen het via het model berekende gewicht van de entiteit met minder dan 30.000 inwoners en het gewicht dat op deze wijze is berekend.