Bijlage I Besluit PDV bemonsterings-en keuringsprocedure diervoedersector 2003: : Bemonsteringsprocedure
Besluit PDV bemonsterings-en keuringsprocedure diervoedersector 2003
Het nemen van monsters diervoeder, voormengsel, toevoegingsmiddel of voedermiddel en andere producten geschiedt in beginsel overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage. Deze procedure is gebaseerd op Richtlijn van de Raad 76/371/EEG (PB EG nr. L 102, d.d. 15 april 1976) inzake bemonstering van diervoeders voor de officiële controle. De aldus verkregen monsters worden representatief geacht voor de partijen. Deze bemonsteringsprocedure is niet van toepassing voor de bemonstering van zee- en binnenvaartschepen. Uitzondering is voorts aan de orde voor verboden stoffen. Bij monstername voor onderzoek op verboden stoffen kan elke genomen hoeveelheid van meer dan 0,5 kg van een partij als een monster aangemerkt worden. Hiervoor geldt alleen het gestelde in paragraaf 5.5 en 6. van deze bijlage. De bemonsteringsapparaten moeten zijn vervaardigd uit materiaal dat de samenstelling van de te bemonsteren producten niet beïnvloedt. Voor de bemonstering van voeder dat in beweging is, mag gebruik worden gemaakt van adequate mechanische apparaten. Voor het nemen van ondermonsters, alsmede voor de bereiding van deelmonsters en van eindmonsters, mag gebruik worden gemaakt van apparaten waarmee het monster in ongeveer gelijke delen kan worden verdeeld. De grootte van de partij moet het mogelijk maken dat ieder deel van deze partij kan worden bemonsterd. Per partij is een enkel verzamelmonster vereist. De totale massa of het totale volume van de ondermonsters die bestemd zijn om het verzamelmonster te vormen, mag niet minder bedragen dan de hierna vermelde hoeveelheden: Na eventuele verdeling worden uit het verzamelmonster eindmonsters verkregen. Tenminste één eindmonster moet worden geanalyseerd. De voor de analyse bestemde massa of volume van het eindmonster mag niet minder bedragen dan de hieronder vermelde hoeveelheden: Het aantal vetzamelmonsters is afhankelijk van de omvang van de partij. Het minimum aantal verzamelmonsters per partij is hieronder aangeduid. De massa van de onderm
- a. Partij: Hoeveelheid van een product die een eenheid vormt, en waarvan aangenomen wordt dat ze uniforme kenmerken bezit.
- b. Ondermonster: Een hoeveelheid die op een bepaald punt uit de partij is genomen.
- c. Verzamelmonster: Het geheel van ondermonsters van dezelfde partij.
- d. Deelmonster: Een gedeelte dat representatief is voor het verzamelmonster en dat wordt verkregen door verkleinen van dit monster.
- e. Eindmonster: Een gedeelte van het deelmonster of van het gehomogeniseerde verzamelmonster.
- a. Schop met platte bodem en verticale randen.
- b. Boor met lange gleuf of met een in vakken ingedeelde gleuf. De afmetingen van de boor moeten zijn aangepast aan de kenmerken van de partij (diepte van de verpakking, afmetingen van de zak, enz.) en aan de grootte van de deeltjes waaruit het voeder is samengesteld.
- a.
- b.
- d. Minerale voeders in de vorm van blokken en likstenen: Minimum aantal te bemonsteren blokken en likstenen (b): één blok of liksteen per partij van 25 eenheden, tot een maximum van 4 blokken of likstenen.
- a. Onverpakte voeders: 4 kg1 Indien het verwachte gehalte van de te onderzoeken parameter minimaal 0.1% bedraagt kan volstaan worden met een hoeveelheid van 2 kg
- b Verpakte voeders1 Indien het verwachte gehalte van de te onderzoeken parameter minimaal 0.1% bedraagt kan volstaan worden met een hoeveelheid van 2 kg; Verpakkingen met een inhoud van meer dan 1 kg: 4 Verpakkingen met een inhoud van niet meer dan 1 kg: Gewicht van de inhoud Van 4 oorspronkelijke verpakkingen
- c. Vloeibare of halfvloeibare voeders Recipiënten met een inhoud van meer dan 1 liter: 4 liter Recipiënten met een inhoud van niet meer dan 1 liter: volume van de inhoud van 4 oorspronkelijke recipiënten
- d. Minerale voeders in de vorm van blokken en likstenen waarvan het gewicht per eenheid meer dan 1 kg bedraagt: 4 kg waarvan het gewicht per eenheid niet meer dan 1 kg bedraagt: gewicht van 4 oorspronkelijke blokken of likstenen
- Vaste voeders: 500 g
- Vloeibare of halfvloeibare voeders: 500 ml
- a. Onverpakte voeders: zie 4.1.2a
- a. Onverpakte voeders De partij moet op denkbeeldige wijze in een aantal ongeveer gelijke delen worden verdeeld. Op willekeurige wijze moet een aantal delen worden gekozen overeenkomstig het aantal onder sub 4.1.2 vermelde ondermonsters en er moet minstens één monster uit elk van deze delen worden genomen. Eventueel kunnen de monsters worden getrokken wanneer de partij in beweging wordt gebracht (laden of lossen).
- b. Verpakte voeders Aangezien het vereiste aantal te bemonsteren verpakkingen beperkt is, zoals in 4.1.2 is aangegeven, moet uit de inhoud van elke verpakking met behulp van een boor of een schop een gedeelte worden genomen. Eventueel dienen de monsters te worden genomen nadat de verpakkingen afzonderlijk zijn geledigd.
- c. Vloeibare of halfvloeibare homogene of te homogeniserenvoeders Aangezien het vereiste aantal te bemonsteren recipiënten beperkt is, zoals in 4.1.2c is aangegeven, moet tenminste uit elke recipiënt een monster worden genomen na eventueel de inhoud ervan gehomogeniseerd te hebben. De ondermonsters kunnen eventueel worden genomen bij het aftappen van het product.
- d. Vloeibare of halfvloeibare voeders die niet gehomogeniseerd kunnen worden Daar het vereiste aantal te bemonsteren recipiënten beperkt is, zoals in 4.1.2 is aangegeven, dienen de monsters op verschillende niveaus te worden genomen. De monsters mogen ook worden genomen bij het aftappen van het product, na de eerste delen ervan te hebben verwijderd. In beide gevallen mag het totale volume van de monsters niet minder dan 10 liter bedragen.
- e. Minerale voeders in de vorm van blokken en likstenen Aangezien het vereiste aantal te bemonsteren blokken of likstenen beperkt is, zoals in 4.1.2 is aangegeven, moet een gedeelte van elk blok of elke liksteen worden genomen.
- (a) Indien de uitkomst een gebroken getal is, moet dit getal op het eerstvolgende hogere gehele getal warden afgerond.
- (b) Voor de verpakkingen of de recipiënten waarvan de inhoud niet meer dan 1 kg of / liter bedraagt, alsmede voor de blokken of likstenen waarvan het gewicht per eenheid niet meer dan 1 kg bedraagt, vormt de inhoud van een oorspronkelijke verpakking of van een oorspronkelijke recipiënt, dan wel een blok of een ondermonster.
- (c) De sub 4.2 genoemde modaliteiten zijn van toepassing voor de controle op aflatoxinen, moederkoren, ricinus, crotalaria in volledige of aanvullende mengvoeders.
- (d) In geval van verpakte voeders door een gedeelte van de inhoud van de te bemonsteren verpakkingen met behulp van een boor of een schop eruit te nemen, eventueel na de verpakkingen afzonderlijk te hebben geledigd.
- (e) Maak, indien nodig, bij elk verzamelmonster afzonderlijk de brokstukken fijn (door ze eventueel van de massa te scheiden en vervolgens het geheel weer samen te voegen).