Bijlage 3 Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL
1. De ondergetekende ...... (naam van een bank die een vergunning heeft van De Nederlandsche bank of van een andere toezichthoudende instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, gevestigd te ......, mede kantoorhoudende te ......, hierna te noemen: ‘de Bank’; 2. Verbindt zich tot het navolgende: Zulks met inachtneming van: Plaats: Datum: (naam Bank en ondertekening) * Hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld.
- A. dat art. 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken;
- B. dat ...... (naam deelnemer), rechtspersoon naar ...... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, waarvan de zetel is gevestigd te ......, kantoorhoudende te ......, hierna te noemen: ‘de Deelnemer’, voornemens is een bod in de WLL-veiling uit te brengen teneinde een vergunning als bedoeld in art. 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet te verwerven;
- C. dat de minister met betrekking tot de verlening van een WLL-vergunning regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL;
- D. dat de minister op grond van deze regels van de Deelnemer verlangt dat deze een bankgarantie doet stellen ter zekerheid van al hetgeen de Deelnemer in verband met de veiling verschuldigd is of zal worden, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;
- E. dat de Deelnemer de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;
- 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van ...... (zegge: ......), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Deelnemer te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.
- 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Deelnemer te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.
- 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.
- 4. De bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van een in Nederland ingeschreven advocaat van de Staat dat de bankgarantie is vervallen en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank tenminste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van een Nederland inschreven advocaat van de Staat heeft ontvangen dat een procedure tussen de Staat en de aanvrager ter zake van de Vordering nog aanhangig is, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.
- 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.
- 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie en is de Staat op verzoek van de Bank verplicht het origineel van deze bankgarantie aan de Bank terug te geven.