Art. 5 Verordening Heffingen 2003, Heffingsvermindering
De voorzitter is, met inachtneming van door het Dagelijks Bestuur te stellen regelen, bevoegd om op een daartoe strekkend verzoek een krachtens deze verordening vastgestelde heffing te verminderen dan wel ontheffing van de betaling daarvan te verlenen, indien hem dit als gevolg van bijzondere omstandigheden van sociale of economische aard gewenst en billijk voorkomt.