Bijlage 2 Subsidieregeling nationale programma's voor internationalisering in het primair en voortgezet onderwijs: pLUVO
1. Doel Het vergroten van de internationale oriëntatie van leerlingen en scholen, door het stimuleren van leerlingenuitwisseling in het kader van het aangaan van vaste partnerschappen tussen Nederlandse scholen en scholen in andere Europese landen. 2. Omschrijving activiteiten Binnen het leerlingenuitwisselingsprogramma vinden de volgende activiteiten plaats: De landen die kunnen worden bezocht zijn de EU-landen, kandidaat-lidstaten van de EU, Noorwegen en IJsland. Bij de uitwisselingen en bijeenkomsten geldt als uitgangspunt dat de Nederlandse leerlingen tenminste vijf dagen in het andere land verblijven en leerlingen uit het buitenland ten minste vijf dagen in Nederland verblijven. Bij een uitwisseling met België, Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk, is een korter verblijf mogelijk. Voor de voorbereidende bezoeken geldt dat deze in beginsel niet langer dan één week bedragen. In het kader van de uitwisselingen en bijeenkomsten verblijven de leerlingen over en weer in gastgezinnen, tenzij er speciale aantoonbare redenen zijn om hiervan af te wijken. Hiervan is sprake als het gaat om leerlingen voor wie verblijf in een gastgezin objectief aanwijsbare en onoverkomelijke problemen oplevert. 3. Formele vereisten De aanvraag: 4. Prioriteiten Bij onvoldoende middelen voor alle aanvragen die aan bovengenoemde criteria voldoen, vindt een afweging plaats op grond van de volgende prioriteiten, in de onderstaande volgorde: Bij individuele bezoeken van leerlingen aan het buitenland hebben aanvragen waarbij een tegenbezoek van een leerling uit het buitenland wordt afgelegd, voorrang. 5. Procedure De aanvraag wordt ingediend vóór 1 mei voorafgaand aan het schooljaar waarin de activiteiten zullen plaatsvinden. Bij voldoende middelen vindt een tweede ronde plaats, met 1 november als uiterste termijn. 6. Subsidiabele kosten Algemeen De subsidie bedraagt nooit meer dan maximaal 10.000 Euro per school per jaar en nooit meer dan 70% van de totale kosten. Bij voldoende midde
- a. uitwisselingen van Nederlandse leerlingen (groepen en/of individueel) in het voortgezet onderwijs (praktijkonderwijs, vmbo, havo en vwo) met leerlingen van scholen in één of meer andere landen;
- b. bijeenkomsten van Nederlandse leerlingen met leerlingen van scholen uit ten minste drie andere landen;
- c. voorbereidende bezoeken van leerkrachten in het kader van de onder a en b genoemde activiteiten.
- bevat een verklaring van de partnerschool of partnerscholen;
- bevat een beleidsdocument waarin de te subsidiëren activiteit herkenbaar aanwezig is;
- bevat een toelichting van de aanvrager omtrent de wijze waarop de activiteit en/of de opbrengsten daarvan, zal doorwerken in de eigen onderwijspraktijk;
- bevat een begroting van de kosten.
- scholen die niet eerder of korter dan drie jaar gebruik hebben gemaakt van de subsidiemogelijkheden genieten voorrang boven scholen die er al 3 jaar of langer dan 3 jaar gebruik van maken;
- vmbo-klassen en klassen uit het praktijkonderwijs hebben voorrang boven havo/vwo klassen;
- scholen die eigen leerlingen met een verschillende culturele achtergrond bij de uitwisseling betrekken als bijdrage aan het integratieproces binnen de school, genieten voorrang boven scholen waar dit niet speelt.
- Internationale mobiliteit leerlingen Gestreefd wordt naar een consolidatie van het aantal leerlingen dat de "grens overgaat", dat wil zeggen 10.000 voor havo/vwo-scholen en 4.000 vmbo-leerlingen.
- Aantal scholen met een buitenlandse partnerschool: Gestreefd wordt naar een consolidatie van het aantal scholen, dat wil zeggen 225 scholen. Gestreefd wordt naar een toename van het aantal partnerschappen met 45 nieuwe scholen (= toename van 20%).
- bestendigheid van schoolpartnerschappen
- de mate waarin is bijgedragen aan de leerdoelen (steekproef)