Bijlage 2 Regeling vaststelling aanvraagperioden plattelandsontwikkelingsprogramma provincies 2003/2004

Regeling vaststelling aanvraagperioden plattelandsontwikkelingsprogramma provincies 2003/2004

1. Inleiding 1.1. Voor de verdeling van financiële middelen in het kader van het provinciaal programma van het plattelandsontwikkelingsprogramma (hierna: POP) in Drenthe, Friesland en Groningen wordt uitgegaan van evenredigheid in de verdeling over de drie provincies, dat wil zeggen dat bij de prioritering wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk gelijke verdeling van het totale POP-budget over de drie provincies. Dit houdt mede in dat de ongelijkheden uit achterliggende jaren in volgende jaren zoveel mogelijk worden vereffend. Dit uitgangspunt wordt doelmatig toegepast met het oog op een adequate verdeling van POP-gelden (dus niet per se per maatregel gelijke verdeling, maar POP-breed beschouwen). 1.2 Projecten die op grond van bijlage I van het POP (maatregelen van de rijksoverheid) in aanmerking kunnen komen voor subsidie, zullen niet in de programmering van het provinciaal programma worden opgenomen. 2. Algemeen Projecten moeten in overeenstemming zijn met: 2.1. Kompas voor het Noorden (het Ruimtelijk-economisch ontwikkelingsprogramma Noord-Nederland 2000 t/m 2006 van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Drenthe, Friesland en Groningen op 9 februari 2000), dat wil zeggen dat het project moet passen binnen de maatregelen van Kompas voor het Noorden en moet bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen daarvan; 2.2. Provinciaal beleid, zoals bijvoorbeeld neergelegd in een provinciaal omgevingsplan. 2.3. Projecten moeten tijdig kunnen starten en een substantieel deel van het project moet medio oktober 2004 gerealiseerd en afgerekend kunnen zijn. 2.4. Het verlenen van een financiële bijdrage is noodzakelijk voor de realisatie van het project en de overige financiering dient te zijn zekergesteld. 2.5. Project moet 'obstakelvrij' zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan. 3. In geval van overtekening 3.1. Prioritering Is er voor één of