Art. 2 Legkippenbesluit 2003, Algemeen

Legkippenbesluit 2003

1. Dit besluit is niet van toepassing op houders van legkippen die minder dan 350 legkippen houden.

2. Legkippen worden ten minste gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 4, 7, 8, eerste en tweede lid, 9 en 10.

3. In afwijking van het tweede lid is het toegestaan legkippen in een kooi als bedoeld in artikel 4a te houden indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 4a en 7 tot en met 10.

4. In afwijking van het tweede lid is het tot en met 31 december 2020 toegestaan legkippen in een kooi als bedoeld in artikel 5 te houden indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 5 en 7 tot en met 10, voor zover het een huisvestingssysteem betreft waarvan de gebruiker kan aantonen dat:

a. het voor 18 april 2008 is gebouwd, of

b. ten behoeve van dit huisvestingssysteem voor 18 april 2008:

1°. een milieuvergunning als bedoeld in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer is verleend, of

2°. een aanvraag voor een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van de Woningwet, is gedaan en: en dat het huisvestingssysteem voor 18 april 2010 is gebouwd en in gebruik is genomen.

– een aanvraag voor een milieuvergunning is gedaan, of

– een melding als bedoeld in artikel 7 van het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan,

5. In afwijking van het tweede lid is het tot en met 31 december 2011 toegestaan legkippen te houden in een kooi als bedoeld in artikel 6 indien de legkippen ten minste worden gehuisvest en verzorgd overeenkomstig de artikelen 6, 7, 8, eerste, tweede en vijfde lid, 9 en 10, voor zover het een huisvestingssysteem betreft waarvan de gebruiker kan aantonen dat het voor 1 januari 2003 is gebouwd en in gebruik is genomen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen