Art. 1 Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003

Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003

In deze verordening wordt verstaan onder:

productschap:

Productschap Pluimvee en Eieren;

bestuur:

bestuur van het productschap;

pluimveehouder:

de ondernemer die vleeskalkoenen of ouderdieren houdt;

vleeskalkoenen:

kalkoenen, bestemd voor de productie van pluimveevlees;

ouderdieren:

kalkoenen, bestemd voor de productie van broedeieren ter verkrijging van vleeskalkoenen;

bezettingsgraad:

de hoeveelheid dieren die, uitgedrukt in kilogrammen levend gewicht, op een bepaalde staloppervlakte, die voor de dieren beschikbaar is, gehouden mag worden;

uitval:

de dieren die, anders dan via normale verkoop, het productieproces verlaten;

uitvalpercentage:

de uitval uitgedrukt als een percentage van het aantal dieren dat aan het begin van het productieproces is opgezet;

koppel:

een groep vleeskalkoenen van hetzelfde geslacht die maximaal zeven dagen in leeftijd verschillen;

erkende pluimveedierenarts:

dierenarts die voldoet aan de criteria voor erkende pluimveedierenarts, zoals die zijn vastgesteld door de Stichting Veterinair Kwaliteitsorgaan;

omgevingsverrijking:

andere objecten dan objecten die gewoonlijk in een stal aanwezig zijn, die door de dieren kunnen worden aangeraakt en die bedoeld zijn om de dieren afleiding te geven;

stalklimaat:

de atmosferische omstandigheden in een stal, inclusief de temperatuur, het zuurstofgehalte, de luchtsnelheid, de relatieve vochtigheid en het stofgehalte.