Art. 3 Besluit elektronische handtekeningen
Besluit elektronische handtekeningen
Certificaten als bedoeld in artikel 18.15, tweede lid, van de wet bevatten ten minste:
a. de vermelding dat het certificaat als gekwalificeerd certificaat wordt afgegeven;
b. de identificatie en het land van vestiging van de afgevende certificatiedienstverlener;
c. de naam van de ondertekenaar of een als zodanig geïdentificeerd pseudoniem;
d. ruimte voor een specifiek attribuut van de ondertekenaar, dat indien nodig, afhankelijk van het doel van het gekwalificeerde certificaat, wordt vermeld;
e. gegevens voor het verifiëren van de handtekening die overeenstemmen met de gegevens voor het aanmaken van de handtekening die onder controle van de ondertekenaar staan;
f. vermelding van het tijdstippen van het begin en van het einde van de geldigheidsduur van het gekwalificeerde certificaat;
g. de identiteitscode van het gekwalificeerde certificaat;
h. de elektronische handtekening van de afgevende certificatiedienstverlener die voldoet aan de criteria van artikel 15a, tweede lid, onderdeel a tot en met d, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
i. eventuele beperkingen betreffende het gebruik van het gekwalificeerde certificaat, en
j. eventuele grenzen met betrekking tot de waarde van de transacties waarvoor het gekwalificeerde certificaat kan worden gebruikt.