Bijlage XI Verordening PDV diervoeders 2003: bij Hoofdstuk 8, ongewenste stoffen en producten
Verordening PDV diervoeders 2003
- 1. Faecaliƫn, urine en de bij het leegmaken of verwijderen van het spijsverteringskanaal vrijgekomen inhoud van dit spijsverteringskanaal, ongeacht de behandeling die zij hebben ondergaan of het mengsel waarin zij zijn verwerkt.
- 2. Met looistoffen behandelde huiden en afval daarvan.
- 3. Na het oogsten met het oog op de bestemming ervan met fytofarmaceutische producten behandeld zaaizaad, plantgoed of ander plantaardig teeltmateriaal, en de daarvan afgeleide bijproducten.
- 4. Met houtbeschermingsproducten behandeld hout, alsmede daarvan afkomstig zaagsel en andere afgeleide producten.
- 5. Alle afval dat is verkregen in de diverse stadia van de behandeling van stedelijk, huishoudelijk en industrieel afvalwater 1Als gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater. , ongeacht de verdere behandeling van dat afval en onqeacht de oorsprong van het afvalwater. De term "afvalwater" heeft geen betrekking op "proceswater", d.i. water uit onafhankeliike circuits in levensmiddelen- of diervoederbedriiven; deze circuits mogen uitsluitend met gezond en schoon water 2Als gespecificeerd in artikel 4 van Richtlijn 98/83/EG van de Raad van 3 november 1998 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water. worden gevuld. In de visserijsector mogen de circuits ook met schoon zeewater 3Als gedefinieerd in artikel 2 van Richtlijn 91/493/EEG van de Raad van 22 juli 1991 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het in de handel brengen van visserijproducten. worden gevuld. Proceswater mag uitsluitend materiaal van diervoeders of van levensmiddelen bevatten en moet technisch vrij zijn van reininingsmiddelen. ontsmettingsmiddelen of andere bestanddelen die niet zijn toegestaan in het kader van de diervoederwetgeving. In het proceswater aanwezig materiaal van dierlijke oorsprong moet worden behandeld overeenkomstig Richtlijn 90/667/EEG van de Raad.
- 6. Eindproducten die verkregen zijn uit op N-alkanen gekweekte gisten van de soort "Candida".
- 7. Vast stadsafval, bij voorbeeld huishoudelijk afval.
- 8. Onbehandeld afval van eetgelegenheden, uitgezonderd voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong, die, in verband met de versheid, ongeschikt worden geacht voor menselijke consumptie.
- 9. Verpakkingen en delen van verpakkingen afkomstig van het gebruik van producten van de voedingsmiddelenindustrie.