Bijlage II Verordening eiproducten 2003 (PPE): bijzondere voorwaarden voor de erkenning van inrichtingen
Verordening eiproducten 2003 (PPE)
Afgezien van de in hoofdstuk I vastgestelde algemene voorwaarden, moeten inrichtingen ten minste van het volgende zijn voorzien:
- 1. geschikte lokalen die ruim genoeg zijn voor de gescheiden opslag van eieren en afgewerkte eiproducten, eventueel met een koelinstallatie om de eiproducten op de vereiste temperatuur te houden: koelhuizen moeten voorzien zijn van een zelfregistrerende thermometer of telethermometer;
- 2. bij gebruik van vuile eieren, voorzieningen voor het wassen en ontsmetten van de eieren; volgens de procedure van artikel 14 wordt een lijst opgesteld van de producten die voor het ontsmetten mogen wordt gebruikt;
- 3.
- a) een speciaal lokaal met passende voorzieningen voor het breken en het opvangen van de inhoud van de eieren en voor het verwijderen van de delen van schalen en vliezen;
- b) een apart lokaal voor de andere dan onder a) bedoelde handelingen. In geval van pasteurisatie van eiproducten mag deze geschieden in het onder a) bedoelde lokaal wanneer de inrichting beschikt over een gesloten pasteurisatiesysteem en, zo niet, moet deze geschieden in het onder b) bedoelde lokaal. In dit laatste geval moeten alle voorzieningen worden getroffen om besmetting van de eiproducten na pasteurisatie te voorkomen;
- 4. passende voorzieningen voor het interne transport van de ei-inhoud;
- 5. in de gevallen bepaald in deze richtlijn, door de bevoegde instantie goedgekeurde apparatuur voor de behandeling van eiproducten, die ten minste voorzien is van:
- a) in het geval van pasteurisatie:
- een automatische temperatuurregelaar,
- een zelfregistrerende thermometer,
- een automatische beveiliging tegen onder verhitting;
- b) in geval van een continu pasteurisatiesysteem moet de apparatuur bovendien ten minste voorzien zijn van:
- een deugdelijke beveiliging tegen vermenging van gepasteuriseerde eiproducten met onvolledig gepasteuriseerde eiproducten en
- een automatische registratie van de beveiliging tegen bovengenoemde vermenging;
- 6. een lokaal voor het opslaan van andere levensmiddelen en additieven;
- 7. bij verpakking in recipiënten voor eenmalig gebruik, een geschikte en eventueel aparte ruimte voor de opslag van die recipiënten en de voor de vervaardiging ervan bestemde materialen;
- 8. voorzieningen voor onmiddellijke verwijdering en aparte opslag van lege schalen, alsmede van eieren en eiproducten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie;
- 9. de nodige voorzieningen voor het hygiënisch verpakken van de eiproducten;
- 10. om analyses en onderzoeken te verrichten waarbij de eisen van deze richtlijn betreffende de grondstoffen en de eiproducten worden nageleefd, dient de inrichting over een passend laboratorium te beschikken. Zo niet, moet zij gebruik kunnen maken van de diensten van een laboratorium, waardoor aan dezelfde eisen kan worden voldaan. In dit laatste geval stelt zij de bevoegde autoriteit daarvan in kennis;
- 11. voor zover noodzakelijk, passende voorzieningen voor het ontdooien van bevroren eiproducten die in een erkende inrichting worden behandeld of anderszins verwerkt;
- 12. een apart lokaal voor het opslaan van schoonmaak- en ontsmettingsproducten.