Bijlage 2 Verordening HPA aardappelmoeheid 2003
Verordening HPA aardappelmoeheid 2003
Als gebied, bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt aangewezen:
- 1. het gebied gelegen in de volgende gemeenten of gedeelten daarvan: alle gemeenten in de provincie Drenthe, Bellingwedde, Groningen voorzover gelegen ten zuiden van het Eemskanaal, Grootegast, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Menterwolde, Pekela, Reiderland voorzover gelegen ten westen van de Ulsderweg en C.G. Wiegersweg en ten zuiden van de Hoofdweg en Goldhoorn te Finsterwolde, Scheemda voorzover gelegen ten zuiden van de Goldhoorn te Oostwold en ten westen van de Noorderstraat, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Langeweg, ten zuiden van Hoofdweg-Oost, Hoofdstraat en Hoofdweg-west te Nieuwolda, ten zuiden van de Hoofdweg 't Waar, ten zuiden van de Rechte Walsterweg, Slochteren, Stadskanaal, Veendam, Vlagtwedde, Winschoten, Oost-Stellingwerf voorzover gelegen ten noorden van de gemeentegrens vanaf het driegemeentepunt Diever-Weststellingwerf-Ooststellingwerf tot Zuid en de Hoofdweg, ten oosten van de weg Zuid en Hoofdweg tot Kloosterneg, ten zuiden van de wegen Kloosterweg, Terwisscha, Westeres en Bruggelaan tot de Compagnoncvaart, ten oosten van de wegen Zuideinde Fochteloo, Noordeinde, de Knolle tot kruising met de weg Weper, en ten zuiden van de wegen Weper, Weperpolder tot provinciegrens, Avereest, Brederwiede voorzover gelegen ten zuiden en ten oosten van de Kanaalweg, Gramsbergen, Den Ham, Hardenberg, Hellendoorn, Ommen, Steenwijk, Vriezenveen. Ijsselham voorzover gelegen ten noorden en ten oosten van de Punterweg (vanaf Kuinderweg), Harnmerdijk, Kerkbuurt, Blokzijierdijk en Kuinderdijk;
- 2. het gebied begrensd door de provincie Overijssel ten zuiden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland ten zuiden van het Noordzee-kanaal en het IJ, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. De teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in het voorafgaande kalenderjaar géén en in het tweede voorafgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten worden gerooid vóór 1 juli van het jaar waarin zij zijn geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de commissie;
- 3. het gebied begrensd door de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel ten noorden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Flevoland en Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal en het IJ, uitgezonderd het in sub 1 genoemde gebied. De teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in het voorgaande kalenderjaar géén en in het tweede voorafgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten worden gerooid vóór 10 juli van hetjaar waarin zij zijn geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de commissie;
- 4. In afwijking van het gestelde sub 3 is de teelt van aardappelplanten toegestaan op een perceel, waarop zich in het voorgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden, mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Opperdoes", begrensd door Noorderkogger zeedijk vanaf de Overleker Sluis van Medemblik, Noorderweg, Dorpsweg Twisk, Twiskerdijksloot, de Braak, de Muiter, Zandwegsloot naar de Overleker Sluis;
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij worden geteeld;
- c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de commissie en
- d. uit een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van het perceel, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.
- 5. In afwijking van het gestelde sub 3 is de teelt van aardappelplanten toegestaan op een perceel waarop zich in het voorgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden, mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Langedijk", begrensd door Koog, Langebalkweg, Kanaal Omval-Kolhom, Uitvalsweg, Dorpsstraat Broek op Langedijk en Zuid-Scharwoude tot Koog;
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij worden geteetd;
- c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de commissie; en
- d. een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van het perceel, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.
- 6. In afwijking van het gestelde sub 3 is de teelt van aardappelplanten toegestaan op een perceel, waarop zich in het voorgaande kalenderjaar géén en in het daaraan voorafgaande kalenderjaar wel aardappelplanten bevonden, mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Heerhugowaard/Geestmerambacht", begrensd door Kanaal Omval-Kolhom, Westerlangereis, Langereis, Veenhuizerkade, Plempdijk, Ringvaart Heerhugowaard, Hoornse Vaart, Ringsloot polder, De Vronermeer, spoorlijn Alkmaar-Hoorn tot palen bovenleiding 39/23 en 39/24, Nollenweg, Provinciale weg S3 (Alkmaar-Schagen), Daalmeerpad, Vronermeerweg, Wijde Vaart (gedeeltelijk gedempt), Spanjaardsdam, Nauertogt, Westelijke Randweg, Maijersloot, Voorburggracht, Westelijke Randweg naar Broek op Langedijk, Stationsweg, Dorpsstraat, Uitvalsweg, Kanaal Omval-Kolhorn, Langebalkweg, Oostelijke randweg Noord-Scharwoude, Waarddijk west, Provinciale weg S4, Kanaal Omvai-Kolhoom;
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 20 juli van het jaar waarin zij worden geteeld en
- c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de commissie.