Bijlage 1 SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003
SZW-Subsidieregeling preventie van arbeidsuitval 2003
Het doel van dit onderdeel is een bijdrage te leveren aan de verhoging en het behoud van arbeidsparticipatie door mensen die als gevolg van ziekte, een functionele stoornis of hun leeftijd (55+) beperkingen ondervinden in het uitvoeren van hun werk en daardoor (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt zijn of dreigen te raken. Om het doel te bereiken is gekozen voor de inzet van vernieuwende materiële werkaanpassingen (persoonlijke hulpmiddelen, speciaal gereedschap, cursussen, aanpassingen aan meubilair, aan machines of aan werkruimten of gebouwen), waarbij gebruik wordt gemaakt van nieuwe of bestaande technologie. Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen: De drie aandachtsgebieden zijn ontleend aan het document 'Oplossingsrichtingen voor nieuwe materiële werkaanpassingen' dat op 27 april 1999 is verschenen en wordt uitgegeven in de publicatiereeks van het programma Technologie en Samenleving van het Ministerie van Economische Zaken. Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen voorgestelde projecten te resulteren in een werkend prototype van een innovatieve materiële werkaanpassing. Innovatief houdt daarbij in dat een soortgelijk product (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. Om een goede afstemming van vraag en aanbod te waarborgen dient een gebruikerstest deel uit te maken van de projectactiviteiten. Voorgestelde projecten moeten zoveel mogelijk gericht zijn op de arbeids(re)integratie van een relatief grote groep mensen met een (dreigende) arbeidshandicap. In het projectplan dient onder meer een onderbouwde raming van mogelijke besparingen op uitgaven voor sociale zekerheid te zijn opgenomen. Materiële werkaanpassingen die universeel toepasbaar zijn en derhalve ook kunnen worden ingezet voor mensen zonder handicap, hebben een pre ('design for all'). De projectindieners behoeven niet zelf ervaren of betrokken te zijn bij (re)integratieprocessen van arbeidsgehandicapten. In de projectvoorstellen moet
- • optimalisering van de werkplek door individuele instelbaarheid of door afwisseling in werkhouding en taken;
- • materiële werkaanpassingen ter ondersteuning van perceptie, cognitie en leren;
- • verbetering van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de werkplek.
- • overbelasting van het menselijke bewegingsapparaat, in het bijzonder bij het tillen;
- • repeterende bewegingen (met uitzondering van RSI);
- • schadelijk geluid;
- • stof (zoals hout-, meel- en kwartsstof);
- • oplosmiddelen (met mogelijk OPS, OrganoPsychoSyndroom, als gevolg).
- • effecten op 'langetermijngezondheid' hebben;
- • de schade zoveel mogelijk aan de bron bestrijden (bijvoorbeeld het geluidsarm maken van een machine is beter dan het werken met oorbeschermers);
- • praktisch bruikbaar zijn; de ontwikkelaar dient oog te hebben voor de gebruikssituatie; een gebruikerstest zal in vele gevallen onderdeel van het project uitmaken;
- • economisch rendabel zijn. Maak de kosten en baten (b.v. efficiency) voor de gebruikers zo goed mogelijk inzichtelijk. Hieruit valt af te leiden of de oplossing economisch rendabel is.
- • bij voorkeur overdraagbaar zijn naar andere bedrijven en bedrijfstakken.
- • Klachten. Maak een goede analyse van de klachten en arbo-problemen die worden aangepakt. Een belangrijke randvoorwaarde is dat het probleem erkend wordt door de potentiële eindgebruikers én afnemers.
- • Zichtbaar. De voordelen van een nieuw bedrijfsmiddel moeten zichtbaar zijn voor de gebruikers. Formuleer zoveel mogelijk meetbare doelstellingen aan de hand waarvan de effectiviteit of de haalbaarheid van de oplossing gemeten kan worden.
- • Gebruiksonderzoek wordt gezien als een essentiële stap om een goed, daadwerkelijk arbo-vriendelijk bedrijfsmiddel te maken. Reserveer in een project financiële middelen voor gebruikersonderzoek en verschillende gebruikerstesten in een praktijksituatie.