Art. 3 Ub Wet MOT & Wid, Bepalingen ter uitvoering van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° van de Wet melding ongebruikelijke transacties en artikel 1, eerste lid, onderdelen a, onder 7°, en b, onder 9°, en artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening

Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening (Ub Wet MOT & Wid)

1. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening worden in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, het creditcardnummer en het corresponderende bankrekeningnummer geregistreerd.

2. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening worden aangewezen:

a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 1°: de aard en andere unieke kenmerken van de betrokken onroerende zaken;

b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 4°: de identiteit van de betrokken vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;

d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e, f of g: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.