Bijlage 1 Bgrtk: standaardvoorwaarden voor de geruisloze omzetting als bedoeld in artikel 14c Wet Vpb

Geruisloze terugkeer (artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969), standaardvoorwaarden en toelichting hierop (Bgrtk)

Schulden ter financiering van de verwerving na het overgangstijdstip van vermogensbestanddelen van de vennootschap die gaan behoren tot het vermogen van de voortgezette onderneming, aangegaan door de voortzettende aandeelhouder of de partner met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd, worden tot het bedrag van de door de vennootschap betaalbaar gestelde liquidatie-uitkeringen gerekend tot de rendementsgrondslag voor het belastbare inkomen uit sparen en beleggen. Onder het betaalbaar stellen van een liquidatie-uitkering wordt voor de toepassing van de eerste volzin niet begrepen de voortzetting van de onderneming als bedoeld in artikel 4.15, vijfde lid, Wet IB 2001. Schulden ter financiering van de verwerving van aandelen in de vennootschap, in de drie jaren voorafgaande aan het overgangstijdstip aangegaan door de voortzettende aandeelhouder of de partner met wie hij in gemeenschap van goederen is gehuwd, worden, indien de aandelen zijn verworven van een rechtspersoon waarin de aandeelhouder van de te ontbinden vennootschap, al dan niet met zijn partner of een van de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de aandeelhouder of zijn partner, voor ten minste eenderde gedeelte onmiddellijk of middellijk is gerechtigd, geacht te zijn aangegaan ter financiering van de aandelen in de vervreemdende rechtspersoon. Schulden ter financiering van de verwerving van vermogensbestanddelen door de vennootschap, in de drie jaren voorafgaande aan het overgangstijdstip aangegaan, worden, indien de vermogensbestanddelen zijn verworven van een rechtspersoon waarin de aandeelhouder van de te ontbinden vennootschap, al dan niet met zijn partner of een van de bloed- of aanverwanten in de rechte lijn van de aandeelhouder of zijn partner, ten tijde van de verwerving voor ten minste eenderde gedeelte onmiddellijk of middellijk is gerechtigd, geacht op het overgangstijdstip te zijn aangegaan door de aandeelhouder ter financiering van de aandelen in de vervreemdende rechtspersoon. In