Art. 1 Regeling IKAP medewerkers EZ
In deze regeling wordt verstaan onder:
het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
de Regeling bestedingsmogelijkheden ambtenaren voor fiscaal gefacilieerde doelen van 7 juni 2001, nr. AD2001/U73347;
het Ministerie van Economische Zaken;
de medewerker van het ministerie;
hetgeen daaronder wordt verstaan in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging EZ;
de aanvang van het dienstverband met of van de tewerkstelling bij het ministerie;
de beëindiging van het dienstverband met of van de tewerkstelling bij het ministerie;
de individuele keuze in het arbeidsvoorwaardenpakket;
de aanvraag bedoeld in de artikelen 21c, 21d en 21h van het ARAR;
één van de in artikel 21h, eerste lid, van het ARAR genoemde aanspraken van de medewerker, alsmede de inhouding op salaris, genoemd in artikel 21d, derde lid, van het ARAR;
één van de in artikel 1 van de Regeling bestedingsmogelijkheden genoemde bestedingsmogelijkheden, alsmede minder uren werken bedoeld in artikel 21d, eerste lid, van het ARAR, en uitbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 21h, eerste lid, onderdelen a en b, van het ARAR.