Bijlage IV Verordening GZP snijkoek 2003
Criteria waaraan een systeem voor controles door de producent op de inhoud van in serie voorverpakte snijkoek moet voldoen, indien de hoeveelheidsaanduiding voorafgegaan wordt door "circa" of "ca". (artikel 12, lid 6)
- 1. Definities
- 2. Per verpakkingslijn en per snijkoeksoort moeten steekproeven genomen worden. De steekproefgrootte dient 11 stuks te bedragen. De steekproef dient bij een verpakkingssnelheid van de verpakkingsmachine van 2.000 stuks per uur of minder, eenmaal per uur genomen te worden. Bij een verpakkingssnelheid van meer dan 2.000 stuks per uur dient de steekproef twee maal per uur genomen te worden. De gewichten van de snijkoeken uit de steekproef moeten gemeten en genoteerd worden. Tevens dient per steekproef de mediaan en de spreidingsbreedte genoteerd te worden. Per productiecharge, die ten hoogste de productie van een dag mag bedragen, moeten het gemiddelde van de medianen en de gemiddelde spreidingsbreedte genoteerd worden.
- 3. Indien de standaardafwijking van het gewicht van de verpakking kleiner is dan 1/16 maal de toegelaten fout (f max) als genoemd in de bijlage III mag het gemiddelde gewicht van de verpakking van het gewicht van de snijkoek die gewogen is in de verpakking, worden afgetrokken. Indien dit niet het geval is dan moet de snijkoek zonder de verpakking worden gewogen.
- 4. De genoteerde gegevens moeten tenminste 1 jaar bewaard worden.
- 5. Per snijkoeksoort dient een streefgewicht bepaald te worden. Het streefgewicht dient tenminste de hoogste waarde die verkregen is uit één van de twee volgende formules te bedragen. Deze formules zijn PLAATJE TOEVOEGEN: BESTAANDE UIT TWEE FORMULES N is het aantal snijkoeken dat met steekproeven in één productiecharge is getrokken als monster.
- 6. Er dienen actiegrenzen te worden vastgesteld voor de mediaan van de steekproef. Indien de mediaan van de steekproef beneden de actiegrens komt moeten zodanige maatregelen getroffen worden dat de partij die gevormd is vanaf de vorige steekproef, niet als zodanig in de handel komt. Deze maatregelen dienen genoteerd te worden. De actiegrens bij de mediaan ligt op 0,97 maal de processtandaarddeviatie beneden het streefgewicht dat bepaald is volgens punt 5.
- 7. Het gemiddelde van de medianen van de steekproeven van één productiecharge moet tenminste het nominale gewicht bedragen.
- 8. Er dienen actiegrenzen te worden vastgelegd voor de spreidingsbreedte van een steekproef. Indien de spreidingsbreedte van een steekproef boven de actiegrens komt dienen zodanige maatregelen genomen te worden dat de partij die gevormd is vanaf de vorige steekproef niet als zodanig in de handel komt. Deze maatregelen dienen genoteerd te worden. De actiegrens voor de spreidingsbreedte ligt op 6,1 maal de processtandaarddeviatie.
- 9. Van de eisen die in de punten 1 t/m 8 gesteld zijn, mag worden afgeweken indien aangetoond kan worden aan de controlerende instanties dat een bedrijfscontrole-systeem gehanteerd wordt waarbij tenminste even doeltreffend als volgens het bedrijfscontrolesvsteem dat beschreven is in de punten 1 t/m 8.