Bijlage II Verordening GZP snijkoek 2003
Bepaling van het vochtgehalte van snijkoek (artikel 11) Dit voorschrift beschrijft een methode voor de bepaling van het vochtgehalte van snijkoek. Vochtgehalte: het massaverlies, in massaprocenten van het product, dat optreedt bij drogen onder de in dit voorschrift beschreven omstandigheden. Bepaling van het massaverlies bij drogen bij 103 graden Celsius tot constant gewicht. Voer de bepaling in duplo uit.1Het dient aanbeveling om het analysemonster in viervoud in te wegen en twee droogschalen achter te houden. Als de resultaten van de vochtbepaling niet blijken te voldoen aan de eisen van herhaalbaarheid (6.2) kan de bepaling opnieuw worden ingezet. Men hoeft op deze manier niet de restanten van de koek te bewaren. Verricht alle hieronder aangegeven wegingen met een precisie van 1 mg.
- 4.1. Thermostatisch gecontroleerde droogstoof instelbaar op 60 en 103 graden Celsius, voorzien van een ventilatiesysteem.
- 4.2. Droogschalen van roestbestendig metaal of van glas, voorzien van een deksel. Het nuttige oppervlak moet een verdeling van de inweeg tot maximaal 0,3 g/cm2 mogelijk maken.
- 4.3. Exsiccator voorzien van droog silicagel met vochtindicator of een gelijkwaardig droogmiddel.
- 4.4. Balans met een nauwkeurigheid van 1 mg of beter.
- 5.1. Snij uit het midden van de koek enige sneetjes met een dikte van ca 1 cm.
- 5.2. Weeg de droogschaal (a g), leg er zoveel sneetjes in als overeenkomt met minstens 25 g koek, en weeg opnieuw (b g).
- 5.3. Haal de sneetjes uit de droogschaal en snijd ze in blokjes van ongeveer 1 cm3. Breng de blokjes en kruimels kwantitatief over in de droogschaal.
- 5.4. Plaats de droogschaal met het deksel eronder of ernaast in de op 60 graden Celsius ingestelde droogstoof (4.1.). Droog gedurende ten minste 6 uur.
- 5.5. Stel de droogstoof in op 103 graden Celsius en droog gedurende ca 16 uur, bij voorkeur overnacht. Plaats daarna de droogschaal met het deksel erop in een exsiccator (4.3.), laat hem afkoelen, en weeg.
- 5.6. Plaats de droogschaal opnieuw met het deksel eronder of ernaast in de droogstoof (4.1.), droog gedurende een uur, gerekend vanaf het tijdstip dat de temperatuur van 103 graden Celsius weer bereikt is, laat afkoelen met het deksel erop in de exsiccator (4.3.), en weeg. Herhaal deze bewerkingen, tot het verschil tussen twee opeenvolgende wegingen minder dan 0,001 deel van de inweeg bedraagt.
- 6.1. Bereken het vochtgehalte met de formule waarin:
- v is het vochtgehalte in massaprocenten van het product;
- a is de massa in grammen van de lege en droge droogschaal (5.2.);
- b is de massa in grammen van de droogschaal met de inweeg (5.2.);
- c is de massa in grammen van de droogschaal met het gedroogde product; gebruik hiervoor de laagste van de laatste twee wegingen (5.4.).
- 6.2. Het maximaal toelaatbare duploverschil is 0,2 %.
- 6.3. Geef het resultaat op, afgerond op 0,1 %.