Bijlage I Verordening GZP snijkoek 2003

Verordening GZP snijkoek 2003

Bepaling van het gehalte aan fructose na zwakke inversie van de in snijkoek aanwezige saccharose (artikel 6, lid 2) Dit voorschrift beschrijft een methode voor de bepaling van het gehalte aan fructose in snijkoek na zwakke inversie van de aanwezige saccharose. Gehalte aan fructose: de hoeveelheid reducerende suikers berekend als fructose, bepaald na hydrolyse met zwak zuur volgens de in dit voorschrift beschreven methode. Andere reducerende suikers dan fructose aanwezig na zwakke hydrolyse worden met natriumhypojodiet geoxideerd, waarna het fructosegehalte wordt bepaald volgens Luff-Schoorl. Alle reagentia dienen van p.a. kwaliteit te zijn. In dit voorschrift wordt onder water verstaan gedestilleerd water of water van gelijkwaardige kwaliteit. Normale laboratoriumapparatuur en de volgende benodigdheden: Indien het fructosegehalte van de snijkoek evenveel of meer bedraagt dan 14,5% van de droge stof van de snijkoek, is voldaan aan de eis die gesteld is in artikel 6, tweede lid. Indien het fructosegehalte van de snijkoek minder bedraagt dan 14,5% van de droge stof van de snijkoek, moet via de receptuur nagegaan worden of toch aan de eis die gesteld is in artikel 6, tweede lid, is voldaan.