Art. 1 Verordening GZP drogestof brood 2003, Begripsbepalingen
Verordening GZP drogestof brood 2003
Voor de toepassing van deze verordening wordt de terminologie van het Warenwetbesluit meel en brood overgenomen en wordt voorts verstaan onder:
a.
productschap
:
Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten
b.
ondernemer
:
degene die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld.
c.
decoratie
:
aan de buitenzijde van het brood voor het bakken aangebrachte bestanddelen, zoals sesamzaad en maanzaad.
d.
brood
:
de gebakken eetwaar, die - behoudens de eventuele decoratie - geen andere kenmerkende bestanddelen bevat dan die opgenomen in artikel 1, sub d, van het Warenwetbesluit Meel en Brood 1998, met een vochtgehalte van tenminste 20 %, met uitzondering van roggebrood en roggetarwebrood.