Bijlage 15a Mijnbouwregeling: behorende bij artikel 12.2, tweede lid
Het bedrag behorend bij als bedoeld in is a het intrekken van een besluit artikel 161a, tweede lid, onderdelen b, c, en f tot en met j, van het besluit € 0 b het verlenen van een toewijzing zoekgebied artikel 24d van de wet € 6.193 c het wijzigen van een toewijzing zoekgebied artikel 24l, eerste lid, van de wet € 6.436 d het intrekken van een toewijzing zoekgebied artikel 24l, eerste lid, van de wet € 2.375 e het verlenen van een startvergunning (uitgebreide procedure) artikelen 24n in samenhang met 24r van de wet € 44.381 f het wijzigen van een startvergunning artikel 24ab, eerste en tweede lid, van de wet € 16.034 g het intrekken van een startvergunning artikel 24ab, eerste en tweede lid, van de wet € 5.546 h het verlenen van een vervolgvergunning (uitgebreide procedure) artikelen 24ae in samenhang met 24ag van de wet € 44.381 i het verlenen van een vervolgvergunning (reguliere procedure) artikel 24ae van de wet € 13.747 j het wijzigen van een vervolgvergunning artikel 24ao, eerste en tweede lid, van de wet € 15.387 k het intrekken van een vervolgvergunning artikel 24ao, eerste en tweede lid, van de wet € 2.773 l het instemmen met de aanwijzing van een uitvoerder artikel 24z, derde lid, van de wet € 4.960 m het wijzigen of intrekken van de instemming met de aanwijzing van een uitvoerder artikel 24z, zesde lid, van de wet € 4.960 n het verlenen van een vergunning voor het gebruik van ontplofbare stoffen voor verkenningsonderzoek, te verrichten anders dan in oppervlaktewater artikel 22, eerste lid, van het besluit € 4.960 o het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor verkenningsonderzoek binnen een afstand van 100 m van hoofdwaterkerende dijken artikel 2.2.4, derde lid, van de regeling € 13.798 p het verlenen of wijzigen van een ontheffing voor verkenningsonderzoek op afstand kleiner dan 50 m van gebouwen of objecten artikel 2.2.4, derde lid, van de regeling € 13.798 q de ontheffing voor meetapparatuur artikel 35, derde lid, van het besluit € 1.493 r het instem
- 1. De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht aan een houder van een startvergunning aardwarmte, bedraagt € 6.941.
- 2. De vergoeding die jaarlijks in rekening wordt gebracht aan een houder van een vervolgvergunning aardwarmte, bedraagt € 6.050.
- 3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt de vergoeding niet in rekening gebracht in het kalenderjaar waarin de vergunning is verleend.
- 1. De vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of het instemmen met of het doen van een beoordeling op aanvraag is gelijk aan het bij de desbetreffende handeling genoemde bedrag in onderstaande tabel, te verhogen met de kosten voor het bekendmaken of mededelen van ontwerpbesluiten en besluiten in de media.
- 2. In afwijking van het eerste lid is de vergoeding voor het nemen van een besluit, het adviseren over of het instemmen met of het doen van een beoordeling op een aanvraag die is ingediend voor 1 mei 2023, gelijk aan nul.
- a. de kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 127, eerste lid, onderdeel d, van de wet, naar:
- 1°. de effecten van de wijze van winning alsmede de daarmee verband houdende activiteiten;
- 2°. de effecten van bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging;
- 3°. de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan;
- 4°. het nemen van monsters die nodig zijn voor het onderzoek;
- 5°. het berekenen van risico’s en het uitvoeren van analyses op monsters, indien van belang in verband met de effecten, bedoeld in subonderdelen 1° en 2° of de risico’s, bedoeld in subonderdeel 3°; en
- b. de kosten, die zijn gemaakt voor het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, die betrekking hebben op de volgende componenten:
- 1°. berekeningen, controleberekeningen, literatuurstudies, analyses, modelstudies en onderzoeken;
- 2°. het opstellen van rapportages en adviezen;
- 3°. laboratoriumkosten;
- 4°. verwerkings- en verzendkosten;
- 5°. administratiekosten;
- 6°. een bedrag per uur per met de werkzaamheden belaste persoon;
- 7°. overige kosten die verband houden met deze werkzaamheden.