Art. 1.7.1 Mijnbouwregeling, Aanvraag vergunning pijpleidingen en kabels
1. Bij de aanvraag om een vergunning tot aanleg van een pijpleiding als bedoeld in artikel 94 van het besluit verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:
a. het tijdvak waarvoor de vergunning wordt gevraagd;
b. het traject van de pijpleiding;
c. de wijze waarop de pijpleiding wordt aangelegd en de diepte waarop de pijpleiding in de bodem wordt gelegd;
d. de resultaten van het onderzoek van het voorgenomen traject in een strook van 600 meter, waarvan de as van de strook samenvalt met het gekozen traject, en waarin is beschreven:
1°. het profiel van de zeebodem;
2°. de aanwezige obstakels;
3°. de ligging van bestaande pijpleidingen en kabels;
4°. de grondmechanische eigenschappen;
5°. de stratigrafie van de zeebodem, en
6°. de analyse en kwaliteit van de bodemmonsters en sonderingen;
e. een rapport van het voorontwerp van de pijpleiding waarin is beschreven:
1°. de eigenschappen en diameter van de pijpleiding;
2°. de stoffen die erin worden vervoerd;
3°. een analyse van de veiligheids- en milieurisico's, en
4°. de tijd gedurende welke de pijpleiding wordt gebruikt voor het vervoer van die stoffen.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden in viervoud ingediend.