Art. 1.3.4 Mijnbouwregeling, Opsporings-, winnings- en opslagvergunning
1. Bij de aanvraag om een opslagvergunning als bedoeld in artikel 25 van de wet verstrekt de aanvrager gegevens omtrent:
a. het tijdvak waarvoor de vergunning wordt gevraagd;
b. het gebied waarvoor de vergunning wordt gevraagd, en
c. de stoffen waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. Artikel 1.3.1, tweede lid, onderdelen a en b, en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
3. Bij de aanvraag verstrekt de aanvrager tevens:
a. een programma waarin de te verrichten opslagactiviteiten worden beschreven, alsmede de technieken die daarbij worden gebruikt;
b. een kaart van de ondergrond waar opslag plaatsvindt;
c. een beschrijving van de risico's voor de veiligheid, en
d. de mogelijkheid van winning van voorkomens van delfstoffen of aardwarmte in het gebied.