Art. 2 Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg, Algemene uitgangspunten voor de controle
Tijdelijke subsidieregeling Veilig op weg
2.1. De controle dient zowel de getrouwe weergave van de ingediende verantwoording alsmede de rechtmatige besteding van de ter beschikking gestelde middelen te omvatten. Van de derde accountant wordt derhalve verwacht dat hij niet alleen de getrouwe weergave controleert, maar ook dat hij de naleving van de subsidievoorwaarden (zoals die gelden ingevolge de regelgeving, genoemd onder punt 1.3) toetst.
2.2. Ten aanzien van de uitvoering van de controle door de derde accountant geldt, voor wat betreft de rechtmatigheid en/of juistheid, een controletolerantie van 1% en voor wat betreft de betrouwbaarheid een controletolerantie van 3%. Beide percentages hebben betrekking op het totaal toegezegde subsidiebedrag, conform het vastgestelde bedrag in de regeling.