Bijlage 2 Regeling vaststelling model financiële verantwoording en controleprotocol rijksbijdrage educatie 2002: controleprotocol educatie 2002
Dit onderdeel is het uitgangspunt voor de accountant bij het controleren van de verantwoording van de rijksbijdrage educatie. Van de accountant wordt verwacht dat hij met een grote mate van nauwkeurigheid het onderzoek uitvoert naar de getrouwheid van de gegevens in de verantwoording rijksbijdrage educatie 2002. Alle bevindingen legt de accountant vast in een controledossier. Bij een volgende controle kan dan worden nagegaan of de gemeente afdoende maatregelen heeft getroffen om deze bevindingen te voorkomen. In het controledossier neemt de accountant een risicoanalyse op; de accountant geeft gemotiveerd aan hoe de controle is ingericht en uitgevoerd en of er onderwerpen uit dit protocol niet of niet uitgebreid zijn gecontroleerd. De accountant moet controleren of de bestedingen rechtmatig zijn geweest. Op de controle van de besteding en overdracht door de gemeente van de rijksbijdrage educatie zijn bepaalde toleranties van invloed. De accountant moet de controle zo inrichten dat deze met een zekerheid van 95% de uitspraak kan doen dat de gemeente in 2002 niet meer dan 1% van de rijksbijdrage educatie onrechtmatig heeft besteed of overgedragen. De toleranties zijn gebaseerd op percentages die gelden voor het financieel jaarverslag OCenW, op grond van de richtlijnen van het Interdepartementaal Overleg Departementale Accountantsdiensten. Onjuistheden in de verantwoording/besteding Onzekerheden in de controle Beperking Afkeuring Beperking Oordeelonthouding Controle rijksbijdrage educatie Tolerantie t.o.v rijksbijdrage educatie >1% en <3% < 3% >3% en <10% < 10% Zoals eerder is aangegeven, is de gemeente ervoor verantwoordelijk dat de rijksbijdrage educatie bij de instellingen doelmatig en rechtmatig wordt besteed. De gemeente moet in de overeenkomst regelen hoe en wanneer de instellingen verantwoording afleggen aan de gemeente. De accountant controleert of in de overeenkomst tussen gemeente en regionaal opleidingencentrum (ROC) de wijze van verantwoorden van de instelli
- 1.1 Stel vast dat de in de verantwoording opgenomen lasten voor educatie berusten op een of meer tussen de gemeente en een regionaal opleidingencentrum (ROC) afgesloten overeenkomsten. Stel vast dat in de verantwoording geen lasten zijn opgenomen in verband met de inkoop van educatieve programma’s bij andere instellingen en bedrijven
- 1.2 Stel vast dat de in de verantwoording opgenomen lasten voor educatie (zie bijlage 1 onder 2.f) uitsluitend betrekking hebben op door de gemeente aan ROC’s in 2002 uitbetaalde, c.q. ultimo 2002 nog verschuldigde, gelden voor educatie-activiteiten gedurende 2002
- 1.3 Stel vast dat de gemeente de bedragen die in 2001 zijn terugontvangen van instellingen in 2002 heeft besteed c.q. verplicht.
- 1.4 Stel vast dat het bedrag dat naar 2003 wordt overgeheveld niet meer bedraagt dan de in 2002 van instellingen terugontvangen c.q. terug te vorderen gelden, die nog niet opnieuw zijn verplicht door middel van overeenkomsten.
- 1.5 Stel vast dat de verantwoording van de rijksbijdrage voor de educatie overeenkomt met de verantwoording van de rijksbijdrage voor de inburgering.
- 1.6 Stel vast dat in de overeenkomst tussen de gemeente en een regionaal opleidingencentrum (ROC) is geregeld dat de instellingen verantwoording afleggen aan de gemeente en dat deze wijze van verantwoorden als zodanig functioneert
- Wet educatie en beroepsonderwijs;
- Uitvoeringsregeling WEB, BVE/DenR-1999/44797 d.d. 3 december 1999 (Gele katern 1999, nummer 31a);