Bijlage 2 Regeling aanstellingseisen politie 2002: behorende bij artikel 3, derde lid, van de Regeling aanstellingseisen politie 2002
Regeling aanstellingseisen politie 2002
De kandidaat die solliciteert naar een executieve functie bij de politie, wordt onderworpen aan een geschiktheidsonderzoek. Van dit geschiktheidsonderzoek maakt deel uit het cognitieve capaciteitenonderzoek. Het cognitieve capaciteitenonderzoek biedt het bevoegd gezag, naast het behaalde diploma van de kandidaat (dan wel via EVC aan een onderwijsdiploma gelijkgestelde werkervaring), een graadmeter om de geschiktheid op het gebied van de cognitieve capaciteiten van een kandidaat te beoordelen. De minimaal te behalen score op het cognitieve capaciteitenonderzoek is een 7 (op een schaal van 1 tot en met 20), op het beoogde opleidings- of werk- en denkniveau van betreffende kandidaat. De score is bepalend voor het niveau van de functie waarop de ambtenaar in opleiding na het voltooien van de opleiding kan worden geplaatst. Het bevoegd gezag kan bepalen dat een kandidaat de status doelgroepenkandidaat krijgt. Voor deze doelgroepenkandidaat geldt geen minimale norm op het cognitieve capaciteitenonderzoek. Het cognitieve capaciteitenonderzoek bestaat uit een aantal tests waarmee de intellectuele capaciteiten worden gemeten. De cognitieve capaciteitentest is een adaptieve test. Dit houdt in dat de te presenteren items voortdurend worden aangepast aan het geschatte niveau van de kandidaat. Elk onderdeel start met voorbeeldvragen. Hierin wordt duidelijk wat de bedoeling is. Na de voorbeeldvragen krijgt men oefenvragen om zich voor te bereiden, deze dienen als warming-up. Bij deze oefenvragen ontvangt de kandidaat feedback op de door hem gemaakte fouten. Als men de oefenvragen heeft gemaakt, dan krijgt men de testvragen. De antwoorden op de voorbeeld- en oefenvragen tellen niet mee voor het resultaat. Gedurende de test is het van belang dat de kandidaat op de tijd let, deze is voor iedere vraag beperkt. De gehele test duurt ongeveer 1 uur en 40 minuten en wordt per computer afgenomen. De score per onderdeel wordt weergegeven op een schaal van 1 tot en met 20 (vigintielscore).