Bijlage 1 Regeling aanstellingseisen politie 2002: behorende bij artikel 3, derde lid, van de Regeling aanstellingseisen politie 2002
Regeling aanstellingseisen politie 2002
De kandidaat die solliciteert naar een executieve functie bij de politie, wordt onderworpen aan een geschiktheidsonderzoek. Voor kandidaat-aspiranten en kandidaat vrijwillige ambtenaren in opleiding die de selectie ondergaan voor functies waarvoor het volgen nodig is van de politieopleidingen op de kwalificatieniveaus 2 (EQF 2), 3 (EQF 3) en 4 (EQF 4) maakt een taalvaardigheidsonderzoek deel uit van dit geschiktheidsonderzoek. Voor kandidaat ambtenaren in opleiding die na het voltooien van de politieopleiding geplaatst worden in een functie waarvoor een minimaal werk- en denkniveau MBO2, MBO3 of MBO4 geldt, maakt een taalvaardigheidsonderzoek deel uit van dit geschiktheidsonderzoek. De taaltoets bestaat uit een voorschatter, een leestoets en een schrijftoets. Bij een score van 0–25 punten stopt de taaltoets, het taalniveau van de kandidaat is zodanig dat verder testen niet mogelijk is. De procedure wordt beëindigd. De niet testbare kandidaten kunnen op grond van artikel 5, onder a, van de regeling niet worden aangesteld. Op de lees- en schrijftoets wordt de volgende cesuur gehanteerd: minimaal een A2 beoordeling in combinatie met een B1 beoordeling (of hoger) voor lezen en schrijven levert een positief advies op. Met het taalvaardigheidsonderzoek wordt in eerste instantie de testbaarheid van de kandidaat bepaald. Bezien wordt of de kandidaat over een voldoende taalvaardigheid beschikt om de instructies en vragen te begrijpen van de overige tot het geschiktheidsonderzoek behorende onderzoeken. Daarnaast wordt bepaald of de taalvaardigheid van de kandidaat voldoende is voor de uitoefening van de executieve functie bij de politie. Tenslotte wordt met het onderzoek bezien of de taalvaardigheid van de kandidaat voldoende is om direct te kunnen deelnemen aan het politieonderwijs. De taaltoets bestaat uit een voorschatter, een leestoets en een schrijftoets. De voorschatter is het eerste onderdeel. Op basis van deze voorschatter wordt het niveau bepaald waarop de leestoets