Art. 20 Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek, Bepaling van het vet- en eiwitgehalte
Zuivelverordening 2003, Eisen methoden van onderzoek
Per kalendermaand neemt het COKZ minimaal twee series monsters voor uitvoering van heronderzoek bij een door het productschap aangewezen laboratorium. Per serie worden 6 willekeurig gekozen monsters onderzocht op vetgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 1211 en 6 willekeurig gekozen monsters op eiwitgehalte met de methode volgens NEN-EN-ISO 8968 deel 1 of deel 2. Voor de beoordeling van de resultaten gelden per serie onderzochte monsters ten aanzien van gemiddelde verschillen en standaardafwijking de volgende normen:
vet:
goed
: < 0,025%
voldoende
: ≥ 0,025% en ≤ 0,040%
onvoldoende
: > 0,040%
eiwit:
goed
: < 0,030%
voldoende
: ≥ 0,030% en ≤ 0,045%
onvoldoende
: > 0,045%
vet
goed
: < 0,035%
voldoende
: ≥ 0,035% en ≤ 0,040%
onvoldoende
: > 0,040%
eiwit
goed
: < 0,040%
voldoende
: ≥ 0,040% en ≤ 0,045%
onvoldoende
: > 0,045%