Art. 2 Tijdelijke regeling cliëntenparticipatie SVB, Algemeen
Tijdelijke regeling cliëntenparticipatie SVB
1. De Raad van bestuur voorziet in de instelling van een cliëntenraad met de in hoofdstuk 3 genoemde taken en bevoegdheden. De samenstelling van de eerste cliëntenraad en de benoeming van zijn leden vinden plaats overeenkomstig de bepalingen van deze tijdelijke regeling.
2. Op de wijze waarop de cliëntenraad zijn taken en bevoegdheden uitoefent alsmede de wijze waarop de cliëntenraad wordt voorzien van al hetgeen redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van zijn taken, is deze tijdelijke regeling van toepassing.
3. Het lidmaatschap van de cliëntenraad is van generlei invloed op de behandeling van het lid door de SVB.