Bijlage 3 Warenwetbesluit Vruchtensappen
Warenwetbesluit Vruchtensappen
Deze bijlage behoort bij artikel 9. Bijzondere bepalingen inzake vruchtennectars Nectar van Minimumgehalte aan sap of vruchtenmoes, uitgedrukt in procent van het volume van de voor consumptie gerede waar I. Vruchten met zuur sap dat in onbewerkte toestand niet geschikt is voor consumptie door de mens passievruchten 25 gele terongs (Solynum quitoense) 25 zwarte bessen 25 witte bessen 25 rode bessen 25 kruisbessen 30 duindoornbessen 25 sleepruimen 30 pruimen 30 kwetsen 30 lijsterbessen 30 rozenbottels 40 zure kersen (morellen) 35 andere kersen 40 bosbessen 40 vlierbessen 50 frambozen 40 abrikozen 40 aardbeien 40 braambessen 40 rode bosbessen 30 kweeperen 50 citroenen en limoenen (lemmetjes) 25 andere vruchten van deze categorie 25 II Zuurarme vruchten, vruchten die veel pulp opleveren of zeer aromatische vruchten, met sap dat in onbewerkte toestand niet geschikt is voor consumptie door de mens mango's 25 bananen 25 guaves 25 papaja's 25 litchi's 25 azarolmispels 25 zuurzakken 25 boeah nona's 25 cherimoya's 25 granaatappelen 25 acajounoten of cashewnoten 25 rode mombinpruimen 25 imbu-mombinpruimen 25 andere vruchten van deze categorie 25 III Vruchten met sap dat in onbewerkte toestand geschikt is voor consumptie door de mens appelen 50 peren 50 perziken 50 citrusvruchten, met uitzondering van citroenen en limoenen (lemmetjes) 50 ananassen 50 andere vruchten van deze categorie 50 Voorheen bijlage 2.