Art. 1 Landbouwkwaliteitsbesluit eieren

Landbouwkwaliteitsbesluit eieren

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. wet: Landbouwkwaliteitswet;

c. legkip: legrijpe kip van de soort Gallus gallus die wordt gehouden voor de productie van andere eieren dan broedeieren;

d. Stichting CPE: Stichting Controlebureau voor Pluimvee, Eieren en Eiproducten te Barneveld;

e. verordening nr. 1907/90: verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEG L 173), laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 5/2001 (PbEG L2);

f. verordening nr. 1274/91: verordening (EEG) nr. 1274/91 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 15 mei 1991 houdende bepalingen ter toepassing van verordening (EEG) nr. 1907/90 van de Raad betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren (PbEG L 121), laatstelijk gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1651/2001 (PbEG L 220).

2. Als bevoegde instantie als bedoeld in artikel 5, derde lid, van verordening nr. 1907/90 en artikel 4 van verordening nr. 1274/91 wordt in dit besluit en de daarop rustende bepalingen aangewezen: Onze Minister.