Art. 2 Gemeenschappelijke regeling Letterhoeke, Doelstelling, taken en bevoegdheden
Gemeenschappelijke regeling Letterhoeke
1. Er is een openbaar lichaam `Letterhoeke', dat is gevestigd in Leeuwarden.
2. Letterhoeke is ingesteld met het doel de belangen van de minister, het provinciaal bestuur en het bestuur van de stichting bij alle aangelegenheden betreffende de collecties en archiefbescheiden, die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Fryslân, de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden en het Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum te Leeuwarden, in gezamenlijkheid te behartigen. Letterhoeke stelt zich tevens ten doel het in de collecties en archieven ondergebrachte cultureel erfgoed op actieve wijze toegankelijk te maken en te houden voor en onder de aandacht te brengen van een breed publiek. Letterhoeke bevordert daarenboven de Friese literatuur en de verbreding daarvan door het literaire klimaat in Fryslân te verbreden in de meest brede zin.
3. Aan Letterhoeke worden de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden opgedragen:
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en benutten van de collecties en archiefbescheiden die berusten bij de in het tweede lid genoemde instellingen;
b. het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister over de taken en bevoegdheden, die door de minister worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13 en 15 eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995;
c. het verrichten van door de minister, respectievelijk provinciale of gedeputeerde staten opgedragen andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid;
d. de taken en bevoegdheden bedoeld in de artikelen 15 derde lid, 16 tweede lid, 17, 18, 20 en 26, tweede lid, van de Archiefwet 1995.
4. Letterhoeke voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid, het archiefbeleid van de minister en de provincie mede uit.
5. De minister, provinciale en gedeputeerde staten en het bestuur van de stichting kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Letterhoeke de belangen, bedoeld in het tweede lid, behartigt.