Bijlage 1C Uitvoeringregeling ex artikel 2 en 6 Subsidieregeling programma technologie en samenleving
Uitvoeringregeling ex artikel 2 en 6 Subsidieregeling programma technologie en samenleving
Het doel van dit deelprogramma is het ontwikkelen van nieuwe technologieën of van nieuwe toepassingen van (bestaande) technologieën die een bijdrage kunnen leveren aan het beter ontsluiten en beheren van het archeologisch erfgoed in Nederland. Voorstellen voor projecten moeten binnen één van de volgende aandachtsgebieden passen: Geschikte projecten dienen te resulteren in een innovatief product, een innovatieve dienst of procesverbetering die substantieel bijdraagt aan de verbetering van de opsporing en conservering van archeologisch erfgoed in de bodem. Innovatief houdt hierbij in dat een soortgelijk(e) product, dienst of procesverbetering (nog) niet verkrijgbaar is en ook (nog) niet in ontwikkeling is. Er kan zowel van bestaande als van nieuwe technologie gebruik gemaakt worden. Het kan hierbij gaan om technologie die elders - bijvoorbeeld in een aanverwant vakgebied - reeds beschikbaar is en die met relatief beperkte middelen geschikt kan worden gemaakt voor de archeologie. Het eindresultaat moet een werkend prototype zijn dat praktisch bruikbaar is. Om een goede afstemming van vraag en aanbod te waarborgen is het van belang dat het probleem (de behoefte) erkend is door de archeologische gebruikers. Aanbevolen wordt bij het project meerdere voor het onderwerp relevante partijen - zowel de vraag- als de aanbodkant - te betrekken of te raadplegen of samen te werken met aanpalende disciplines. Aansluiting bij (bestaande) initiatieven waarbij opsporing en conservering aandachtspunten zijn, kan synergie bewerkstelligen en het effect versterken. Het voorgestelde project moet duidelijk de doelen omschrijven en hoe deze worden vertaald naar maatschappelijke en economische resultaten. De aanvrager dient de kosten en baten voor de gebruikers zo goed mogelijk inzichtelijk te maken. Hieruit valt af te leiden of de oplossing economisch rendabel is. Om een goede match te waarborgen tussen probleem en technische oplossing (de gebruikssituatie) dient een gebruikerstest van het p
- Opsporingsmethoden Archeologische vindplaatsen moeten op een zorgvuldige, non-destructieve wijze opgespoord en geïnventariseerd worden. De technieken die daarvoor beschikbaar zijn, schieten tekort. De beperking wordt vaak veroorzaakt door de omstandigheden van een bepaald gebied. Bijvoorbeeld de samenstelling van de bodem. Specifieke omstandigheden vereisen methoden en technieken die helemaal zijn toegesneden op de situatie. Voor het tijdig opsporen, inventariseren en waarderen van archeologisch erfgoed moeten dus nieuwe technische oplos-singen worden ontwikkeld. Of bestaande technieken worden aangepast. Buiten het archeologische werkveld bestaan namelijk al wel diverse technieken die ingezet kunnen worden. Maar deze moeten nog vertaald worden naar de archeologische praktijk.
- Archeologische conservering in de bodem Een zo groot mogelijk deel van het bodemarchief moet in de bodem bewaard blijven. Ook hier geldt dat uitbreiding van technieken, in dit geval conserveringstechnieken, gewenst is. Tot nu toe blijft de kennis over de ontwikkeling van het bodemarchief op een te laag niveau. Zo is bijvoorbeeld onvoldoende bekend wat de degradatiesnelheid is van de verschillende componenten van een vindplaats onder verschillende bodemcondities. Het ondergronds meten van degradatieprocessen bij artefacten is niet alleen technisch nauwelijks mogelijk, maar ook erg kostbaar. Daar komt bij dat de informatie die wel beschikbaar is, niet actief wordt verzameld of beheerd.