Art. 1 Subsidieregeling infrastructuur technostarters, Algemene bepalingen

Subsidieregeling infrastructuur technostarters

In deze regeling wordt verstaan onder:

de Minister van Economische Zaken;

een instelling als vermeld in bijlage 1 bij deze regeling;

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of indirect:

meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

volledig aansprakelijk vennoot is van of

overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

een planmatig en met elkaar samenhangend geheel van activiteiten met als doel om tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk personen zich te laten ontwikkelen tot technostarter en technostarters te stimuleren tot het opbouwen van een succesvol bedrijf, welke activiteiten bestaan uit het aanbieden van infrastructuur in de vorm van ruimte in een bedrijfsverzamelgebouw, apparatuur, advies en begeleiding bij het ontwikkelen van een ondernemingsplan, en die worden uitgevoerd in aantoonbare samenwerking met ten minste één onafhankelijke deskundige derde op het gebied van ondersteuning van technostarters;

een natuurlijke of een rechtspersoon die:

1°. voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten - niet zijnde adviezen - verkoopt en levert, die op basis van een technische vinding of een nieuwe combinatie van bestaande technologie mede door eigen kennisontwikkeling nieuw uitgevonden of substantieel vernieuwd zijn,

2°. ten tijde van het aanvangen van het technostartersproject nog niet, of niet langer dan vijf jaar, is ingeschreven bij een Kamer van Koophandel en Fabrieken, en

3°. niet deel uitmaakt van een groep;

bedrijfsgebouw dat uitsluitend bestemd is voor technostarters, in beheer is van een instelling zonder winstoogmerk en beschikt over kantoor- en onderzoeksruimten en gemeenschappelijke voorzieningen;

verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L 10);

plan dat ten minste bestaat uit een analyse en een beoordeling van de technische en economische mogelijkheden om voor eigen rekening en risico een onderneming op te richten;

de termijn tussen de aanvang van het technostartersproject en het moment waarop het technostartersproject op grond van deze regeling moet zijn voltooid.