Bijlage 2 Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten: bij de Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten (behoort bij de artikelen 3 en 4 van de regeling)

Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten

De tests kunnen worden uitgevoerd op onderdelen van de aanwijsinstrumenten. Ze worden echter zo mogelijk met het gehele aanwijsinstrument verricht. Tests worden verricht op prototypen van elke partij aanwijsinstrumenten met het doel te bepalen of de samenstelling van de radioactieve verf, het gebruikte materiaal en de gebruikte fabricage-methode zodanig zijn dat de onderdelen van het aanwijsinstrument en het gehele aanwijsinstrument voldoen aan de voorgeschreven normen. Prototype-tests worden uitgevoerd op een geschikt monster. De test omvat: Gedurende de vervaardiging van aanwijsinstrumenten, waarvan de prototypen zijn getest als beschreven onder II, wordt gecontroleerd of de aanwijsinstrumenten en onderdelen daarvan overeenkomen met die welke als prototype zijn getest. Deze controle omvat in ieder geval een volledig visueel onderzoek van elk aanwijsinstrument op barsten of schilferen van de radioactieve verf, onvolkomenheden in het doorzichtige deel van het omhulsel van het aanwijsinstrument en de aanwezigheid van merktekens, indien deze zijn vereist. De resultaten van de test als beschreven onder II en van de controle als beschreven onder III worden door de ondernemer vastgelegd in een daartoe bestemde administratie. In die administratie worden tenminste de volgende gegevens vastgelegd: