Art. 2 Regeling amateurbouwluchtvaartuigen, Ontwerpeisen en ontwerpacceptatie amateurbouwluchtvaartuigen

Regeling amateurbouwluchtvaartuigen

1. Amateurbouwluchtvaartuigen voldoen aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als het veiligheidsniveau dat gewaarborgd wordt door de volgende luchtwaardigheidseisen voor:

a. zweefvliegtuigen: CS 22;

b. motorzweefvliegtuigen: CS 22;

c. zeer lichte vliegtuigen: CS VLA;

d. kleine vliegtuigen, mits de startmassa in kilogrammen minstens vijf maal zo groot is als het maximum motorvermogen in kilowatt, het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS 23;

e. kleine helikopters: CS 27, of

f. zeer lichte helikopters: CS VLR, of

g. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis;

h. lichte sportvliegtuigen: CS LSA.

2. Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.